Hoofdstuk 3: De wraak

‘Zo, we zijn er!’ Gerard en de Honoren stappen uit. De Honoren zijn wel wat gelukkiger dan Gerard dat ze eruit mogen. Ze hebben de hele weg op een kluitje in de achterbak of op de achterbank gezeten. ‘Dat was me het reisje wel, zeg. Het was echt krap. Kon je niks beters verzinnen?’ ‘Nee, dat kon ik niet. Kom nu mee naar binnen.’ Gerard en de Honoren gaan naar binnen. Wat Gerard niet ziet is dat er een geheimzinnige schaduw naar binnen gaat, en dat een andere geheimzinnige schaduw zijn huissleutels pakt. ‘Zo, hier zijn we dan.’ ‘Wat een mooi huis.’ ‘Het kostte me veel geld. Maar dit is het resultaat.’ Dan voelt Gerard iets. Hij kijkt om. ‘WAT DOE JIJ HIER!’ Tegen wie heeft Gerard het? Tegen Rik. Die probeert met zijn hand in Gerard’s zak te gaan. ‘Ehehehehe… Ik wilde heus niet jou huissleutels pakken en jou opsluiten als wraak hoor, echt niet…’ ‘JIJ, JIJ…’ ‘KIJK!’ verstoort de leider-Honoor het gesprek. ‘Dat is die ene man!’ Gerard kijkt verbaasd naar buiten. ‘Dat is die andere – hij heette Dick – man! Hem moet ik hebben!’ Bij het zeggen daarvan stormt Gerard naar de voordeur en merkt dat hij op slot is. ‘Sleutels, waar zijn mijn sleutels? Hmmmm… Hmmmm… Huh? Waar zijn mijn sleutels nou gebleven?’ Dan ziet Gerard door het deurraam Dick met de huissleutels zwaaien. ‘DIE… DIE… DIE ELLENDELING!’ Gerard is woedend, maar wanneer hij merkt dat hij het nergens op af kan reageren, wordt hij rustiger. Dan komt Rik.

‘Zullen we nu toch onderhandelen over een deal? We hebben nu alle tijd…’ Dan komt de boosheid van Gerard terug. Hij wordt helemaal rood en is dan zo boos dat hij de deur kapot trapt. ‘Hee, we kunnen naar buiten. Honoren, hebben jullie mijn portefouille?’ Uit de huiskamer klinkt een ‘ja’. ‘Bye bye, Slechte Rik. Dan stappen ze in de auto. ‘DAT ZAL JE BEZUREN!’ zegt Rik ze nog na. En dan is de auto weg.

Toen Rik zei dat hij het niet-dealen Gerard en de Honoren zou gaan bezuren, had hij een plan. Een gemeen plan wat zeker zijn wraak is! Rik rent naar het gemeentehuis. Dat is daar niet ver vandaan. Hij stormt binnen en houdt een gesprek met de burgemeester van de stad. ‘Er is in Duitsland een bijzondere vondst gedaan. Een vondst waar je heel rijk van kunt worden!’ ‘RIJK? IK LUISTER!’ ‘Er zijn beestjes gevonden die heel zeldzaam zijn. We kunnen ze voor heel veel geld verkopen…’ ‘Waar zijn ze nu?’ ‘In deze stad.’ ‘Waar wacht je dan nog op?’ ‘Nergens, maar u moet even luisteren. Er zit nog een maar aan vast. De vinder wil de stad en het land uitvluchten om de beestjes terug te brengen naar hun oorspronkelijke leefplek!’ ‘Wat moet ik doen om dat te stoppen?’ ‘Zorgen dat het vliegtuig niet meer gaat. De vinder wil met het vliegtuig ontsnappen…’

‘We zijn er! Het vliegtuig dat ik heb geboekt komt zo, dus je moet snel uitstappen!’ Snel stappen Gerard en de Honoren uit. Ze rennen naar het vliegveld, tot ze worden tegengehouden. ‘Opzij, ons vliegtuig vertrekt zo!’ ‘Sorry, er vliegen geen vliegtuigen meer. Opdracht van de burgemeester. Er is hier iemand die iets waardevols meeheeft. Diertjes waarmee we rijk kunnen worden. Niemand mag hier weg…’ ‘Oh nee hé, we worden gezocht!’ fluistert Gerard aan de Honoren. Helaas heeft de bewaker dat gehoord. Snel drukt hij op een knop. Er gaat een luid alarm af. ‘Snel, we moeten wegwezen!’ zegt de leider-Honoor tegen Gerard. Maar het is al te laat. Van alle kanten worden Gerard en de Honoren ingesloten. Nu moet er iets heel wonderlijks gebeuren, anders zijn ze er geweest. Gerard is maar bang. Bang dat zijn eigen leven zal eindigen. Hij denkt niet meer aan de Honoren. Die worden verkocht, die gaan niet dood. De Honoren voelen zijn angst. Ze weten wat ze moesten doen. Dapper vallen ze de soldaten aan. Dat is even goed als dapper. Maar niet goed genoeg. Want de luchtmacht komt eraan. De luchtmacht neemt alle beestjes mee voor Gerard kan ingrijpen. ‘STOP! STOP!’ roept Gerard maar het heeft geen zin. Hij staat midden in verslagen soldaten waar een vliegtuig boven vliegt dat zijn doel meeneemt. Het vliegtuig wil weggaan, maar Gerard gaat erachteraan. Helaas voor Gerard heeft het vliegtuig een versnelling. Het vliegtuig gaat te snel voor Gerard en even later staat Gerard op te kijken op straat. Hij kijkt naar boven. Waar het vliegtuig vliegt dat zijn vrienden heeft meegenomen. Gerard voelt zich ontnomen. Heel erg ontnomen. Hij kan zijn vrienden niet meer inhalen. Nu zijn ze weg. Gerard moet ze redden. Redden uit de klauwen van de hebzuchtige mensen.