Hoofdstuk 2: De Honoren

Gerard is nog een beetje slaperig als hij de beestjes ziet. Wanneer de beestjes zien dat Gerard wakker is laten ze merken dat ze ziek zijn. Het dringt nog niet helemaal tot Gerard door. Dan gooit een van de beestjes een plens water over Gerard heen. Dat maakt Gerard wakker. ‘Handdoek! Handdoek!’ Dan ziet Gerard de zieke beestjes. Hij vergeet dat hij nat was. Gerard staat op en gaat bij de beestjes zitten. ‘Wat is er aan de hand, kleintjes? Waarom zijn jullie zo ziek?’ Eentje kan nog zwak zeggen: ‘Warm… steen…’ Gerard begrijpt het niet helemaal. ‘Warme stenen? Oh, tuurlijk! Verwarmde stenen!’ Het is bijna niet te zien, maar ze knikken ja. Dan valt er eentje om. ‘Wees maar niet bang, ik zorg dat alles goed komt!’ Gerard staat op, zoekt stenen en wat hout en pakt zijn lucifers uit zijn tent. Hij zet het hout op een hoop en steekt het aan. Dan pakt hij de stenen en verwarmt ze boven het vuur. De eerste die klaar is geeft hij aan het beestje dat is omgevallen van de ziekte. De tweede aan welke er dan het ziekste uit ziet. En de derde aan welke er dan het ziekste uit ziet. En zo gaat het door. Weldra hebben ze allemaal voedsel gehad. ‘Bedankt.’ begint een beestje. ‘Mag ik nu slapen? Ik ben gewekt uit mijn slaap door jullie en…’ ‘Tuurlijk.’ Dan begint Gerard aan zijn nachtrust.

Gerard wordt de volgende ochtend vrolijk wakker in Green Fields. ‘Bent u nu klaar met uw rust?’ vraagt een van de beestjes beleefd. ‘Ja, zal ik nog even wat voedsel halen? En willen jullie me dan alles uitleggen?’ Allemaal knikken ze instemmend. Dan gaat Gerard op zoek naar hout, stenen en zijn lucifers. Als de maaltijd klaar is, begon het gesprek. ‘Wij zijn Honoren. Wij komen uit een gebied ver hier vandaan. We komen uit een vulkaangebied in de Amazone. We wonen in grotten. We zoeken stenen – wat niet zo moeilijk is want het is een grot – en die verwarmen we bij de vulkaan waar de grot waar wij wonen de voet van is. Maar, pas geleden is ons plekje beroofd. Een man met zijn beer heeft ons opgepakt en hier uitgezet. Maar hier is geen vulkaan of grot. Wij kunnen geen stenen vinden laat staan te verwarmen! Door ons voedseltekort werden we ernstig ziek. We zwerfden rond in Green Fields om iemand te vinden die ons kon helpen. En vannacht vonden we jou. Jij hebt ons leven gered.’ Dan stopt hij met praten. Hij is blij. Blij dat Gerard zijn leven heeft gered. Gerard is ook blij dat hij wat dichterbij het antwoord op zijn vragen is gekomen. Maar dichterbij is niet helemaal. Er ontbreekt nog wat. ‘Maar ik heb nog nooit van Honoren gehoord. Hoe zit dat?’ De Honoor die net die geschiedenis vertelde (en de leider bleek te zijn) antwoordde: ‘Wij zijn een volk dat niet van openbaarheid houdt. Maar toen we op zoek naar hulp gingen, moesten we wel.’ ‘Oke. Maar, jullie begrijpen toch wel dat ik niet altijd voor jullie kan zorgen. Hoe doen we dat?’ ‘Dan moeten we terug naar onze grot in de Amazone. Maar die is bezet door een man en een beer!’ Gerard wil graag helpen sinds hij dat heeft gehoord. ‘Ik help jullie wel. We vliegen naar Amerika en overdenken daar een plan.’ Dan springt er uit het niets een man uit de bosjes, die zegt: ‘STOP!’ ‘waarmee?’ antwoordt Gerard kortaf. ‘Jij gaat niet onze grot innemen! Die hebben ik en mijn beer eerlijk van ze gepikt!’ Gerard is stomverbaasd dat die man uit Amerika toevallig hier is. Dan springt er opeens een tweede man uit de bosjes, die zegt: ‘hij heeft gelijk. Ga met die beestjes niet terug naar die grot. Ik wil een deal maken!’ Gerard is nog meer verbaasd nu er 2 mensen in de bosjes zich hebbenen verstopt! Wat een toeval! ‘Wat voor deal?’ zegt Gerard nog halfverbaasd. ‘We maken ze bekend over de hele wereld en verkopen ze voor veel geld!’ Gerard is een man van rechtvaardigheid en slaat de deal af. ‘DAT ZAL JE BEZUREN!’ waarop de eerste man reageert: ‘hij heeft gelijk. DAT ZAL JE BEZUREN!’ dan loopt de 1e man weg. De 2e begint nog: ‘Ik heet trouwens Rik. Je kent me wel, hé? Rik, zijn koopjes geven je een kick!’ Gerard begint een grapje en zei: ‘eerder: Rik, die is zo dik! Of: Rik, zijn winkel staat in de fik! Of wacht, nu weet ik een leuke: Koop nooit bij Rik! Hij is een slechte Rik! Ofwel een slechterik! Haha!’ Dan begint Rik: ‘Ik deal niet met mensen die me uitlachen.’ Waarop Gerard antwoordt: ‘Ik wilde al niet met je dealen, dat zei ik toch?’ Dan loopt Rik net zo boos weg als de 1e man.

Even later zitten Gerard en de Honoren weer met een verwarmde maaltijd. ‘Hoe gaan we jullie terug naar de Amazone brengen?’ begint Gerard het gesprek. ‘Trekt u zich dan niets aan van wat die boze mannen zeggen?’ ‘Och, als ik moet kiezen tussen geld, een huis voor een ander en liefde, kies ik toch wel voor liefde. Daar heb je het meest aan.’ ‘Iedereen zou een voorbeeld moeten nemen aan u!’ ‘Zo is dat! Maar we blijven bij het onderwerp. Hoe gaan we jullie terug naar de Amazone brengen?’ ‘Toen we hierheen gebracht werden zaten we in een eh… hoe heet zo’n ding… het vliegt en… doet me denken aan… aan… aan een dolfijn…’ ‘Bedoel je een vliegtuig?’ ‘Heet dat zo?’ ‘Ja. Ik ga naar huis om mijn portefouille te pakken – ben ik die vergeten? – en koop dan een ticket. Dan gaan we er met het vliegtuig heen.’ ‘En hoe gaat u met ons naar uw huis?’ ‘In een auto.’ ‘Auto? Wat is dat?’ Dan begint een kleine Honoor iets tegen hem te zeggen. ‘Papa, dat is toch zo’n mensending? Dat je heel snel van de ene plek naar de andere brengt? Soms wel 130 meter per uur?’ Gerard heeft wel door dat het geen meters maar kilometers is, maar hij zegt niks. ‘Oh ja, bedankt. Breng ons maar in de auto.’ ‘Als jullie er allemaal in passen…’ ‘We proberen het. U kunt op ons rekenen dat we ons best doen.’ ‘Zo mag ik het horen. Kom maar mee. De auto staat een half uur verderop.’

Een half uur later staan Gerard en de Honoren bij de auto. De leider-Honoor begint gelijk: ‘Dus dát is een auto. Ik had het me heel anders voorgesteld.’ ‘Tja, alles is niet zoals je het voorsteld. Probeer jezelf allemaal op de achterbank en in de achterbak te krijgen.’ De Honoren lukt het met veel moeite om zichzelf allemaal in de achterbak of op de achterbank te krijgen. ‘Ik rijd naar terug naar Nederland in 3… 2… 1… GO!’