Hoofdstuk 14: Het schip der vijandigheid deel 2

In het vorige hoofdstuk heb je kunnen lezen dat Gerard is aangemonsterd op een boot die naar Amerika voer. Na des nachts naar de keuken te willen gaan omdat hij niet kon slapen, heeft hij het gesprek afgeluisterd dat Rik met de bemanningsleden voerde. Rik is de baas van het schip en wil de Honoren stelen wanneer Gerard slaapt. Tijdens zijn tocht terug naar zijn kamer wordt hij gesnapt en hij verbergt zich in zijn kamer. Hij maakt de Honoren wakker en wanneer Rik komt, staan de Honoren – letterlijk – achter Gerard. Gerard gaat met de bemanningsleden op de vuist en de Honoren ontsnappen en vluchten. Terwijl Gerard vecht raken hij en de Honoren meer en meer gescheiden.

Het is 1 tegen héél véél. Er is een grote overmacht. Ondanks zijn recent toegevoegde schrammen, vecht Gerard door. Hij vecht door tot het bittere eind, allemaal voor de Honoren. Hij móet dit winnen. Het moet. Het moet voor de Honoren!

Ondertussen zijn de Honoren aan het rennen over het dek. Opeens roept de leider-Honoor: ‘Stop.’ Alle Honoren stoppen. Een Honoor zegt: ‘Waarom moeten we stoppen?’ ‘Omdat jullie iets vergeten. Gerard vecht daar helemaal alleen. We moeten hem helpen.’ ‘Maar hoe dan?’ “Hmmmmmm… Dat is een goede vraag.’ De leider-Honoor denkt even na en zegt: ‘Ik heb het. Ik weet wat we moeten doen.’

Gerard vecht nog steeds door. Maar je kan nooit altijd geluk hebben. En dat was ook zo met Gerard. Uiteindelijk werd hij in een hoek gejaagd. ‘Zozo, meneer heeft nu niet meer zoveel praatjes.’ Gelukkig is achter hem het raam waardoor de Honoren ontsnapten. Klein was het niet, dus Gerard kon er ook wel door. Razendsnel sprong hij door het raam op het dek. ‘Erachteraan, mannen.’ riep Rik. Maar toen werd de overmacht steeds kleiner. Je hoorde in de groep bemanningsleden telkens ‘Au’ zeggen. Dat waren de Honoren, die die bemanningsleden dat lieten zeggen. Ze vielen ze van achteren aan. Maar 3 mensen waren ontsnapt, waaronder Rik. En die zaten nog steeds achter Gerard aan. Gerard rende en rende met die 3 mensen achter zich aan en hij wist dat hij een plan moest bedenken. Toen de wapenkamer in zicht was – ja, die boot heeft een wapenkamer – had Gerard een idee. Hij rende de wapenkamer in, pakte een geweer en toen Rik en zijn 2 bemanningsleden kwamen zetten ze maar een stapje achteruit. ‘Handen omhoog, of ik gebruik dit geweer.’ Rik en zijn 2 bemanningsleden hielden hun handen omhoog. ‘Ik zal jullie laten zien dat het menens is.’ Gerard wil een schot lossen, maar er komt niks uit. Het wapen is niet geladen. Rik doet zijn handen omlaag en bestormt Gerard. De 2 bemanningsleden volgen. Wanneer Rik ziet dat hij niet meer hoeft te vechten, maakt hij daar gebruik van om langs Gerard de drempel over te steken en de wapenkamer in te gaan. Dan klinkt er ‘Au’ want de Honoren zijn er in geslaagd om de 2 bemanningsleden die Gerard aanvallen van achteren aan te vallen. ‘Geef hier die Honoren.’ is Rik’s eerste reactie. Gerard draait zich om en ziet Rik met een geweer – dat geladen lijkt te zijn – in de handen. Vanaf toen draaide het om snelheid. Gerard bespringt Rik, die zijn geweer laat vallen. De Honoren rennen ernaartoe en pakken het. Rik kon nu niets meer doen. ‘Bindt hem vast.’ zegt Gerard zodat Rik niet ontsnapt.

Als Rik is vastgebonden wordt hij in zee gegooid. ‘Zo, dat is weer geregeld.’ Wanneer Gerard zich omdraait, zien ze dat ze omsingeld zijn door boze bemanningsleden. ‘Wat moeten we nu doen?’ fluistert een Honoor tegen Gerard. ‘Ik ga zo met ze op de vuist. Jullie gaan er dan vandoor en besluipen ze van achter.’ Dan geeft Gerard een harde schop tegen een bemanningslid. Gerard en de bemanningsleden beginnen te vechten, en het plan van Gerard lukt. De Honoren kunnen de bemanningsleden allemaal uitschakelen, maar eentje blijft staan. Die pakt Gerard beet. Dan duwt een Honoor het laatste bemanningslid – die die Gerard vast heeft – in het water. Daarna gooien de andere Honoren de andere bemanningsleden in het water. Daar kregen ze geen last meer van. Maar dan let een Honoor wat beter op. Tussen Rik en die bemanningsleden zwemt Gerard! ‘Jongens, daar zwemt Gerard!’ roept de Honoor daarna. Alle Honoren gaan kijken en ja, daar zwemt Gerard. ‘We moeten hem redden.’ ‘Hoe dan?’ ‘Met de reddingsboot natuurlijk!’ Alle Honoren rennen naar de reddingsboot en ze gaan er inzitten. De reddinsboot is een roeiboot. Maar daarmee moet het wel lukken. Ze maken de reddingsboot los van het echte schip en varen naar Gerard. Maar dan gebeurt er het ergste wat er op dat moment maar kon gebeuren. Een harde wind stak op. De Honoren proberen tegen de wind in te roeien, maar het lukt niet. Ze worden weggeblazen. En Gerard kon ook niet naar ze toe zwemmen. Net toen het leek te lukken, worden ze door de storm toch gescheiden!