Hoofdstuk 12: Een bijzondere droom

Na het eten hadden Gerard en de Honoren hun reis voortgezet. Maar het was al snel donker geworden. Gerard en de Honoren moesten slapen. ‘We kunnen hier slapen, waar het bos begint.’ zei Gerard om een slaapplek te vinden. De Honoren gingen op de grond liggen, net als Gerard. Ze kregen mooie dromen. De ene Honoor droomde over een racecar, waarop een meisjes-Honoor verliefd werd, en de andere weer over dat hij thuis was. En sommige droomden gewoon niet. Maar Gerard had wel een hele speciale droom. Hij droomde over zichzelf. En over de Honoren. Ze moesten de weg oversteken. Één Honoor begon met oversteken. Die haalde de overkant. Toen vond de rest het ook wel oké. Toen staken de andere Honoren ook over, maar die vergaten uit te kijken en kwamen onder een auto. Plots werd Gerard wakker en zag hij dat het een droom was. ‘Gelukkig maar.’ was het eerste wat hij reageerde op deze nare droom. Hij ging weer verder slapen en hoopte dat het dit keer een mooie droom was. Integendeel. Hij droomde dat er een mooi strand was en hij lag te zonnen. Toen kwam er een vloedgolf en hij en alle Honoren kwamen om. Gerard werd wéér wakker. ‘Och, dat mag niet gebeuren.’ Gerard kon de derde keer niet slapen. Hij ging nadenken over zijn dromen. ‘Die dromen leken wel op elkaar. Bij beide dromen gebeurde het zelfde. Eerst ging het heel even goed. En daarna gebeurde een veel grotere ramp. Zou die droom iets betekenen?’ Gerard besloot om het met de Honoren te overleggen.

Die ochtend zaten Gerard en de Honoren samen te overleggen. ‘Wat zou mijn droom betekenen?’ ‘Ik denk dat het betekent dat we allemaal doodgaan.’ reageerde een kleine Honoor op Gerard, waarop Gerard schrok. ‘Kom op, dat is wel overdreven gedacht.’ zei de leider-Honoor. ‘Volgens mij is de boodschap het zelfde als de droom.’ ‘Wat bedoel je?’ ‘In onze reis zal het goedgaan, maar niet heel erg lang. Als we dan niet goed uitkijken, gebeuren er vreselijke dingen.’ ‘Bedoel je dat we op moeten letten?’ ‘Ja, dat bedoel ik. Er kan van alles gebeuren. Dus we moeten op onze hoede blijven.’ Aldus de leider-Honoor. Maar nu luidt er een grote vraag: Gaat het wel goed? Kijken ze wel goed uit? Dat valt nog te betwijfelen.