Third War of the Skies

Een duivels plan

Abaddon was een aantal jaren in de schaduwen verdwenen om goed na te kunnen denken over zijn volgende plan. Hij was nog niet op de hoogte van het krachtveld rondom de Ancients. Hij dacht dat als hij een manier kon verzinnen om bij de Ancients te komen zonder dat Amenhotep het door had, dat dan alles wel gepiept zou zijn. Als hij de Ancients eenmaal had, dan boeide het niet meer of zijn tegenstander sterker was of meer leden in zijn team had zitten dan hij. Als hij eenmaal de Ancients had, kon hij de wereld zo ingrijpend veranderen, dat alle voordelen die Amenhotep nu had, niet meer uit zouden maken.

De eerste stap van Abaddons plan was dus om een bondgenoot van zijn vijand te rekruteren. Iemand die op de hoogte was van insider information. Zijn oog viel op de Dread Knight, die zich door zijn schepper in de steek gelaten voelde. Het kostte Abaddon dan ook weinig moeite om hem over te halen naar zijn kant en hem te ondervragen over de plek waar de Ancients vastgehouden werden. De Dread Knight wist waar de Ancients waren, maar waarschuwde de god van de onderwereld dat ze werden beschermd door een krachtveld van Ancient-achtige proporties, en dat zelfs de Rangers, die dankzij hun ringen een klein beetje van de krachten van de Ancients hanteerden, niet sterk genoeg waren om door dat krachtveld heen te komen. Abaddon schrok van deze nieuwe informatie, maar liet zich niet uit het veld slaan. Dat de Rangers niet door het krachtveld konden, betekende niet dat de Ancient-krachten die ze bij zich droegen er niet op een andere manier voor konden zorgen dat hij bij de Ancients kon komen. En nadat hij de Dread Knight had ondervraagd welke krachten de ringen van zijn mede-Rangers bezaten, wist hij hoe hij dat krachtveld zou kunnen omzeilen. Daarvoor hoefde hij alleen maar Astraea, beschermer van het verleden en de toekomst, aan zijn zijde te krijgen.

De tweede stap van Abaddons plan was dus om Astraea te doden, zodat hij haar daarna weer tot leven kon wekken in ruil voor dat ze hem zou helpen met zijn plan. Abaddon was door de Dread Knight gewaarschuwd dat Astraea sneller was dan welke andere hero dan ook, en zichzelf naar de toekomst of naar het verleden kon teleporteren als ze in het nauw gedreven werd. Met brute kracht of snelheid zou het dus niet lukken om haar te verslaan. Maar daar wist Abaddon wel wat op…

Hij nam zijn team mee naar een verlaten plek in het Great Forest. Eén voor één verstopte hij zijn teamleden achter verschillende bomen, totdat alleen Referi Jerator en hijzelf over waren. Terwijl de twee uitkeken op een grote open plek, omringd door bomen die dienden als schuilplaatsen voor hun bondgenoten, droeg Abaddon aan de ijstovenaar op om de hele open plek van grond tot lucht te bevriezen, zodanig dat alles wat daar rondliep en rondvloog, werd gevangen in het ijs. Nadat Referi dit had gedaan, sloot Abaddon zijn oogkassen en richtte hij zijn skelettenhanden naar het ijs, waarna hij de volgende spreuk uitsprak:

“Es na ayer Abaddon avage.”

Uit Abaddons handen kwam een paarse gloed die zich in het ijs wurmde en alle levenskracht uit de dieren zoog die zich in het ijs bevonden. Referi voelde de sfeer grimmiger worden. Abaddon zei niks.

“En nu?” vroeg Referi op een gegeven moment.

“Nu haal je het ijs weer weg.”

“Huh? Maar waarom…”

“Referi, doe het nou maar gewoon.”

Referi gebruikte zijn magie om het ijs weer weg te halen. De open plek was weer terug, maar lag nu bezaaid met dode insecten en vlinders.

“Ik snap niet zo goed waarom we dit hebben gedaan.” vroeg Referi zich verder af.

“Jij dwaze sterveling! Heb wat meer geduld. Als je doet wat ik zeg, zul je zien dat het allemaal logisch wordt. Wacht, en blijf hier staan.”

Vervolgens liep Abaddon weg. Verward stond Referi in zijn eentje tussen de bomen. Wat was Abaddon allemaal aan het doen?

Even later kwam de god van de onderwereld weer terug, maar niet in zijn eentje. In zijn armen droeg hij een slapende mens.

“Wie… is dat?” vroeg Referi voorzichtig. Het slapende wezen dat Abaddon in zijn armen droeg, gaf hem een gevoel van deja vu. Ergens dacht hij hem vaag te kennen, maar hij kon niet helemaal plaatsen wie het zou moeten zijn.

“Dit is Thomas Wolfley. Eén van de developers van Clicker Heroes. Hij is het perfecte lokaas voor Astraea, de Ranger van het verleden en de toekomst. Thomas Wolfley is namelijk een sleutelfiguur in de toekomst van Clicker Heroes, hahaha!”

Al sprekende liep Abaddon naar het midden van de open plek. Zijn stem overtrof de geluiden van de dode insecten die onder zijn voeten kapot werden getrapt. “Die arme man had niets door. Ik kon zo een slaapspreuk over hem uitspreken. Volgens mij was hij druk bezig met programmeren voor Clicker Heroes 2, het vervolgspel op Clicker Heroes. Maar dat is niet erg. Ik denk dat Astraea net zo begaan is met de toekomst van Clicker Heroes 2 als met de toekomst van Clicker Heroes, haha!”

Hij zette Thomas neer in het midden van de open plek en beval Referi om zich ook achter één van de bomen te verschuilen, zodat het leek alsof Abaddon in zijn eentje was.

“Hier komt-ie!”

Abaddon strekte zijn skelettenarm en bewoog deze met volle snelheid richting Thomas, maar kon hem niet raken. Hij keek om zich heen. Thomas lag ineens twee meter links van hem. En toen hij naar rechts keek, stond hij oog in oog met Astraea, die Thomas precies op tijd had weggeduwd.

“Dat is lang geleden. Ik dacht dat je ergens aan het wegrotten was.” zei Astraea, zonder haar oogcontact met Abaddon te verbreken.

“Wegrotten? Maar hoe zou ik dan ooit dat mooie vervolgspel kunnen spelen dat Thomas en de rest van Playsaurus aan het ontwikkelen zijn?”

“Maak geen grapjes over Clicker Heroes 2! Ik heb de toekomst gezien. Dat spel wordt een flop. Het zal nooit worden afgemaakt door de developers. Maar dat maakt niet uit. Goede en slechte games horen allebei in een gebalanceerde toekomst. En ik sta niet toe dat jij die toekomst verandert!”

“Oh, maar ik hoef de toekomst van Playsaurus helemaal niet te veranderen. Thomas was slechts een lokmiddel. Het ging mij om JOU!”

Met het teken van Abaddon kwamen de verstopte heroes achter de bomen vandaan. Treebeast, The Masked Samurai, The Great Forest Seer en Referi. Astraea snelde naar openingen tussen de bomen waar nog geen heroes stonden, maar daar verschenen Cid, Betty, Midas en de Dread Knight. Weldra had Abaddons team een kring gevormd om de open plek. Astraea kon nergens meer eruit. Ze zuchtte.

“Geef het maar op! Denk maar niet dat je naar de toekomst kunt vluchten. Wij blijven hier net zolang wachten tot de toekomst zover is dat je weer in onze cirkel staat!”

“Klootzakken!” riep Astraea gefrustreerd. Ze was in een hinderlaag getrapt. Maar Abaddon had één ding over het hoofd gezien.

“Ik hoef niet naar de toekomst toe. Ik kan ook naar het verleden hoor. See ya later, alligators!” Met de kracht van haar gele ring stuurde ze zichzelf terug in de tijd. Ze zag hoe Abaddon en zijn team vervaagden terwijl ze zich terugzapte naar het moment voor de hinderlaag. Ineens kreeg ze het heel erg koud. Ze voelde dat ze zichzelf niet meer kon bewegen. Ze zat vast in een gigantisch blok ijs!

Er moest iets mis zijn gegaan tijdens het teleporteren. Ze probeerde het opnieuw, zodat ze kon teleporteren naar een ander moment, maar haar bevroren hand werkte niet mee. Met alle macht probeerde ze haar arm heen en weer te schudden, voor zover dat lukte in het ijs. Alles om maar bloed naar haar hand te laten stromen, zodat ze zich hieruit kon teleporteren.

Ineens voelde ze de kracht in haar lichaam afnemen. Alsof het ijs al haar levensenergie uit haar aan het trekken was. Haar arm stopte met schudden. Ze viel stil. Ze zag nog net hoe de blauwwitte kleuren van het ijs plaatsmaakten voor een grote zwarte leegte, voordat ze haar bewustzijn verloor.

Van een afstandje stonden Referi en Abaddon toe te kijken. Abaddon had zojuist een spreuk uitgesproken op het ijs. Ze konden niet zo goed zien wat er met het ijs gebeurde, maar Referi voelde wel dat de sfeer grimmiger werd. Abaddon zei niks.

“En nu?” vroeg Referi op een gegeven moment.

“Nu haal je het ijs weer weg.”

“Huh? Maar waarom…”

“Referi, doe het nou maar gewoon.”

Referi gebruikte zijn magie om het ijs weer weg te halen. De open plek was weer terug. Tot zijn grote verbazing lag daar ineens een dode Astraea.

“Wacht, wat? Hoe is dat gebeurd?”

“Doordat jij netjes hebt gedaan wat ik vroeg. Bedankt allemaal, het is gelukt! Jullie kunnen weer achter de bomen vandaan komen!”

Een beetje verward kwamen Abaddons teamleden één voor één achter de bomen vandaan.

“Maar Abaddon, we hebben nog helemaal niets gedaan.” vroeg The Wandering Fisherman.

“Dwazen! Zien jullie Astraea daar niet liggen? Het plan is geslaagd! Jullie hebben precies gedaan wat je moet doen.”

De heroes waren nog steeds even verward, maar ze moesten Abaddon wel gelijk geven: Astraea lag daar inderdaad op de grond. Dus vierden ze maar, zonder hun eigen aandeel daarin helemaal te begrijpen, dat het gelukt was om Astraea te verslaan. Abaddon lachte in zichzelf. De Ancients waren nu praktisch binnen handbereik…

Abaddons visie

De dag dat de Third War of the Skies begon, was een donkere dag. Grijze wolken hadden zich verzameld aan de hemel. Amenhotep keek hiervan op. Normaal waren de dagen in de wereld van Clicker Heroes vrij zonnig. Zou er wat gebeurd zijn?

Amenhotep stapte van zijn tuinstoel af, waarop hij normaal lag om te kijken naar heroes die monsters afslachtten. Als het echt zo donker werd, kon hij beter binnen gaan zitten.

Plotseling schoot er een bliksemschicht naar beneden. Sir George II werd geraakt. Amenhotep zag hoe hij op de grond viel, maar niet lang bleef liggen. Hij stond weer op, strekte zijn armen, keek om zich heen, en liep als een zombie naar zijn mede-heroes toe waar hij hard op in begon te hakken.

“Wat is dit nou?” vroeg Amenhotep zich af. Al snel volgde een tweede bliksemschicht en ook Alexa werd geraakt, die neerviel, weer opstond, en als een zombie andere heroes begon te steken. Er kwamen nog meer bliksemschichten. Mercedes werd geraakt. Bobby werd geraakt. De Beastlord werd geraakt. Grant werd geraakt. Allemaal veranderden ze in zombies.

“Wat voor bovengoddelijke krachten zijn dit? Wacht… Oh nee, dat kan maar één ding betekenen!” De god van het westen rende naar de schatkamer van zijn goddelijke paleis, waar hij de Ancients jaren geleden had opgeborgen en had laten omgeven door een ondoordringbaar krachtveld. Hij schrok. De Ancients waren weg!

“Die vuile Abaddon! Dit moet zijn werk zijn geweest. Maar hoe heeft hij dat gedaan? Nee, geen tijd, ik moet een oplossing bedenken!”

Hij riep zijn rechterhand Broyle en de Rangers bij zich. Tot zijn verbazing kwamen slechts 7 van de 9 Rangers opdagen.

“Waar zijn Astraea en de Dread Knight?” vroeg Amenhotep wanhopig. Met alle zombies en twee missende Rangers zag hij zijn bondgenootschap alsmaar kleiner worden.

“Hmm, die heb ik inderdaad al een tijdje niet meer gezien.” merkte Orntchya, de oranje Ranger, op.

“Ik denk dat ze zich hebben verenigd met de duivel.” opperde Alabaster, de witte Ranger.

“Verdraaid… wat nu? Atlas, Terra, Phthalo, Orntchya, Lilin, Argenta en Alabaster, lukt het jullie nog wel om met z’n zevenen de heroes te beschermen?”

“Tot nu toe ging dat redelijk,” gaf Argenta aan, “maar die bliksemschichten zijn krachtig en onvoorspelbaar. We weten niet waar ze neerslaan. En als ze neerslaan, dan is het eigenlijk al te laat om een hero die geraakt is, nog te redden.”

“Damn it!” schold Amenhotep.

Plotseling vloog de deur open met een plof. Abaddon stond in de opening.

“Hallo daar. Wat vinden jullie van mijn wereld? Chaos en zombies! Het toppunt van anarchisme!”

“Abaddon, jij rat!” schreeuwde de andere god furieus. “Dit is allemaal jouw fout!”

Fout?” vroeg Abaddon onschuldig. “En een kapitalistische wereld met egoïstische heroes en geldpoepende monsters is dan zeker goed?”

“Ga weg! We proberen hier een plan te bespreken.”

“Mag ik niet meebespreken dan? Ik sta bekend om mijn heeeeele goede plannen. Had je al gezien dat de Ancients weg zijn? Dat plan kwam ook uit dit koppie.” Hij tikte met zijn vingerkootjes op zijn schedel.

“Ik zag het, ja. Mijn schatkamer was bijna net zo leeg als jouw hart.”

“Liever een leeg hart dan een leeg team! Kijk eens om je heen, Amenhotep. Je hebt bijna niemand meer. Alleen een magiër en een paar Rangers, die je te zielig vinden om je alleen te laten.”

“Leugens!” sprong Phthalo Amenhotep bij. “Wij geven ten minste echt om elkaar! In plaats van jouw teampje, dat je alleen maar trouw is omdat je ze eerst hebt gedood en ze vervolgens een valse keuze hebt gegeven!”

“Oh, burn!… Wil je daar wat water bij?” grapte Atlas. Abaddon negeerde hem.

“Oh, jullie geven om elkaar? Gaven jullie ook om Astraea en de Dread Knight dan? Of planden jullie vanaf het begin al om hen in de steek te laten? Jullie hadden niet eens door dat ze weg waren.”

“We waren druk!” mengde Terra zich in de discussie. “Druk met het beschermen van een goede wereld. De enige reden dat Astraea en de Dread Knight hier niet staan is omdat JIJ ZE BETOVERD HEBT!” Hij liep op Abaddon af en keek hem recht in de ogen. Abaddon duwde hem weg, zodat hij de groep weer kon zien.

“Ik heb helemaal niemand betoverd. Ten minste, de Dread Knight heb ik niet betoverd. Die hebben jullie zo in de steek gelaten, dat hij bijna als een puppy bij me kwam smeken om hem onder mijn hoede te nemen! Wat een liefde, vinden jullie niet? En Astraea, ja, die bood ook wat weerstand. Maar ik weet niet of betovering het goede woord is. Ik heb haar uit de dood helpen ontsnappen, en toen heeft ze met haar eigen vrije wil gekozen om zich bij me aan te sluiten. Die gaf ook al zoveel om jullie, haha! Ach ja, het kwam mij goed uit. Astraea kon namelijk terug in de tijd reizen en de Ancients wegkapen voordat de barrière werd opgezet!”

“Dief!” verweet Amenhotep hem. “Je hebt de Ancients gejat!”

Gejat? Ze behoren aan mij toe! Ik heb ze slechts teruggeëist!”

“Herinner je je de First War of the Skies niet meer? Ik heb gewonnen! Dat was de afspraak. De Ancients zijn van mij!”

“Ja maar dat telt niet. Jouw visie is dom. Iedereen wordt alleen maar gedreven door geld. Niemand is echt gelukkig. Kijk maar naar iedereen die zich bij mij heeft aangesloten.”

Verdwijn!” commandeerde Amenhotep hem.

“Ik bepaal zelf wanneer ik vertrek!” reageerde Abaddon.

“Je hebt hier niets te zoeken! Broyle, jaag hem weg!”

Broyle richtte zijn handen op de god van de onderwereld en schoot vlammen zijn kant op. Maar ook dit leek Abaddon niets te deren. De vlammen doofden uit, en Abaddon leek onbeschadigd.

“Dwaas! Ik ben een god. Vuur doet mij niets. Wat hoopte je te bereiken?”

“Dat jij weggaat!” riep Amenhotep gefrustreerd. “Kom, Rangers. Kom, Broyle. Als Abaddon niet vertrekt, gaan wij wel naar een ander vertrek.” Hij wuifde naar zijn bondgenoten en begon te lopen richting een deur.

“Hey, willen jullie mijn voorstel niet horen?”

“Oh, daar komt-ie nu mee.” zuchtte Lilin.

“Ja, daarvoor kwam ik hier. Maar jullie begonnen meteen te schelden.”

“Nou, kom maar op.” zei Amenhotep. “Als je daarna maar verdwijnt.”

“Helemaal goed. Hey Mennie, wat nou als we dit nog één laatste keer uitvechten. Een Third War of the Skies. Een eerlijk gevecht. Als je wint, dan krijg jij van mij… de Ancients terug.”

Amenhotep keek zijn rivaal recht in de oogkassen aan. Hier klopte iets niet. Abaddon zou niet zomaar zo’n aanbod doen als er geen addertje onder het gras zat. Maar… wat zou het addertje zijn? Hij kon de gedachten van de duistere god helaas niet lezen.

“Hmmm… een eerlijk gevecht, zeg je? Als in, wij met zijn negenen tegen jouw 10.000 zombies?”

“Nee, joh. Ik ben een zeer integere god. Als ik zeg eerlijk, dan bedoel ik eerlijk. Ik heb het over een één op één gevecht. Niet tussen ons, maar tussen onze magiërs. Jouw rechterhand tegen de mijne. De vuurmagiër Broyle Lindeoven tegen de ijstovenaar Referi Jerator.”

“En als ik win, dan geef jij mij de Ancients?”

“Jup. No questions asked.”

“En… als jij wint?”

“Tja… even denken hoor. Ik heb natuurlijk alle Ancients al… en de wereld ziet er al bijna perfect uit… maar… ja, ik weet het goed gemaakt. Als ik win, dan wil ik je ziel.”

“Mijn ziel?”

“Ja, Amenhotep, je ziel! Ik ben klaar met al dat vechten. Als ik win, wil ik dat jij hier niet langer meer rondloopt als de god Amenhotep die mij tot in de eeuwigheid dwarsboomt. Maar ik kan je niet doden. Zelfs niet met de kracht van 27 Ancients. Daarom wil ik je ziel. Want als jij me die vrijwillig geeft, dan is jouw goddelijke lichaam slechts een leeg karkas dat niet meer tot handelen in staat is. Dan zal ik voor eeuwig kunnen gedijen in mijn anarchistische paradijs!”

“Never nooit dat dat gaat gebeuren!” riep Amenhotep.

“Oh, maar dat zijn wel de voorwaarden voor een eerlijk gevecht… Of wil je geen Third War of the Skies? Dan hou ik de Ancients lekker zelf. Ook goed. Dan blijft de wereld zoals die is, en snoep ik één voor één jouw bondgenoten weg, totdat jij helemaal alleen overblijft, weggedoken in een donkere kamer van de ruïnes van wat ooit je paleis was, bang, terwijl jij je verstopt voor de zombies die overal rondlopen. He-le-maal goed wat mij betreft.”

“Je liegt! Je gaat helemaal geen eerlijk gevecht doen, dat voel ik! Dat weet ik! Ik ken jou langer dan vandaag, Abaddon. Wanneer heb jij ooit eerlijk gespeeld?”

“Ik speel altijd eerlijk.” zei Abaddon met gespeelde verontwaardiging. “En als je me niet gelooft, dan leggen we de regels vast in een goddelijk pact. Dan kunnen we allebei niet onder onze beloftes uit.”

Amenhotep twijfelde. Hij vertrouwde de zaak nog steeds niet. Maar dit was misschien wel de enige manier om de Ancients nog terug te krijgen. En als de regels van het gevecht werden vastgelegd in een goddelijk pact, dan wist hij in ieder geval zeker dat zijn vijand zich aan zijn woord ging houden. De krachten waarmee een goddelijk pact zijn regels handhaafde, waren namelijk groter dan die van een individuele god.

“Goed dan. Zolang je alles maar opschrijft wat we daarnet besproken hebben. Dus alleen onze twee magiërs. Niemand anders. En dat ik de Ancients krijg als ik win. Ik bedoel, als Broyle wint.” Amenhotep wisselde een blik met de vuurmagiër. Deze leek tamelijk zenuwachtig. Maar goed, het was een gevecht van vuur tegen ijs. Dat zou voor het vuur best te winnen moeten kunnen zijn, probeerde de magiër zichzelf te overtuigen.

“Ik heb het al opgeschreven. Kijk, zie je?” Abaddon haalde een van tevoren opgesteld pact tevoorschijn en gaf het aan zijn aartsrivaal. Amenhotep keek er doorheen. Alles leek er inderdaad in te staan. Abaddons handtekening stond er zelfs al onder, geschreven met bloed. Hoe een levend skelet aan dat bloed was gekomen, was voor Amenhotep een raadsel, maar het zag er wel legitiem uit.

“Nu alleen jouw handtekening nog.” drong Abaddon aan.

Amenhotep was nog steeds op zijn hoede, maar zag niet in hoe Abaddon het gevecht van The Third War of the Skies kon dwarsbomen als dit het pact was. Hij maakte een snee in zijn arm en met het bloed van zijn wond zette hij ook zijn eigen handtekening onder het pact. Daarmee werd het officieel. Het stuk papier verdween in het niets. Zo werkten goddelijke pacten. Nadat iedereen ze had ondertekend, verdwenen ze fysiek, zodat niemand de tekst meer zou kunnen aanpassen. Dat betekende echter niet dat ze ophielden te bestaan. De krachten van een goddelijk pact werkten altijd door.

“Nou, tot morgen dan, denk ik.” sprak Amenhotep onzeker. De datum van het gevecht stond ook in het pact. Dat was de datum van morgen. Hij wist alleen niet zeker of Abaddon er ook bij zou zijn. Technisch gezien hoefden alleen Broyle en Referi op te komen dagen.

“Natuurlijk tot morgen! Je denkt toch niet dat ik Broyles ondergang zou willen missen? Bereid je maar goed voor!” Abaddon liet een duivelse lach ontsnappen, waarna hij het paleis verliet. Amenhotep en zijn laatste bondgenoten bleven in doodsangst achter.

“Dusseh… dat wordt trainen?” stelde Broyle voorzichtig voor.

“Dat wordt zeker trainen! Jongens, kom allemaal mee naar de trainingskamer. Samen gaan we Broyles vuurmagie perfectionaliseren!” sprak Amenhotep ferm.

Kritieke fout

De rest van de dag gebruikte Broyle om te trainen. Tot diep in de avond oefende hij zijn vuurmagie. Geholpen door de zeven Rangers, die wel doelwit wilden spelen, kreeg hij het voor elkaar om steeds sneller en accurater te mikken, en om steeds grotere en spectaculairdere vlammen te creëren. Aan het eind van de avond was Broyle uitgeput. Maar hij had geen spijt. De training had hem goed gedaan. En hij wist dat hij morgen geen fout mocht maken. Er stond teveel op het spel.

Uitgeput, doch voldaan, ging Broyle die avond naar bed. Helaas maakten zijn zenuwen het hem moeilijk om de slaap te vatten. Hierdoor werd hij de volgende ochtend minder uitgerust wakker dan hij had gehoopt. Toch hield hij de moed erin. Als tiener had hij vaak genoeg toetsen gemaakt op twee uur slaap en daar goede cijfers voor gehaald. Een ijstovenaar verslaan op drie uur slaap moest dan ook nog wel lukken. Toch? Toch?

Na een kop koffie en een stevig ontbijt – Lilin had hem geadviseerd wat hij het beste kon eten – vertrok de vuurmagiër richting het slagveld. Hiervoor moest hij boven de wolken zijn. Het was immers een War of the Skies. Bovendien liepen er onder de wolken hordes zombies rond, en die zouden de boel alleen maar hinderen als het gevecht op de grond gehouden werd.

Terwijl Broyle de gigantische trap opliep richting de wolk waarop de strijd gestreden zou worden, voelde hij hoe iedere trede hem meer en meer zenuwachtig maakte. En de trap had héél veel treden, dus je kunt je voorstellen dat, tegen de tijd dat Broyle eindelijk boven was, zijn hart praktisch in zijn keel klopte. Het hielp ook niet dat hij zag dat zijn tegenstander hem al stond op te wachten, compleet gepantserd met metalen helm, metalen amulet, twee metalen handschoenen, twee metalen zwaarden en tien metalen ringen die hij aan zijn vingers droeg, over zijn handschoenen heen.

“Broyle, daar ben je!” riep Amenhotep opgelucht terwijl hij zijn kameraad een knuffel gaf. Amenhotep was normaal niet zo van het fysieke contact, maar heftige emoties doen gekke dingen met mensen… en goden.

“Amenhotep, dankjewel! Hee, zeg, krijg ik ook van die, uh… coole uitrusting?”

“Nee. Tuurlijk niet. Wat denk je wel niet?” Amenhotep moest lachen en gaf zijn magiër een kleine tik op de kop. Broyle twijfelde of de god lachte omdat het een grap was of omdat hij gewoon zenuwachtig was. Het zou allebei kunnen.

“Maar we moeten toch een eerlijk gevecht voeren? Hoe kan dat nou als hij volledig is uitgerust en ik hier praktisch naakt sta?”

“Luister, Broyle. Abaddon is gek. Zoals je weet. Die uitrusting van Referi gaat hem niet helpen. Die helm gaat zijn zicht in de weg zitten, en dankzij zijn ringen en zwaarden kan hij niet eens normaal magie gebruiken. Ik denk echt dat jij, zonder uitrusting, beter uitgerust bent dan hij. Jij bent ten minste beweeglijk!”

Broyle voelde wel wat voor de woorden van de god, en zijn moed begon weer een beetje terug te komen. Als zijn tegenstander dom deed, dan gaf hem dat al een paar punten voorsprong, zelfs voordat de slag begonnen was.

Broyle ging klaarstaan op zijn plek en bereidde zich mentaal voor op wat er komen ging, terwijl steeds meer toeschouwers zich om de twee tovenaars vergaderden. Het was bijna tijd om te beginnen. Op een gegeven moment kwam een man met een gele hoed en een Aziatisch uiterlijk binnen. Hij schudde Broyle de hand.

“Broyle Lindeoven.”

“Fijn je te ontmoeten, Broyle Lindeoven. Mijn naam is Ma Zhu.”

“Ma Zhu? De Ma Zhu? De god van het oosten?” Broyle had veel verhalen gehoord over de First War of the Skies, een strijd die plaatsvond vóór zijn schepping. De naam Ma Zhu was vaak voorbij gekomen, maar hij had nooit een beeld gehad van hoe deze god eruit zou zien. Tot nu.

“Jazeker, dat ben ik. De Ma Zhu. Ik regeer over het oosten. Daar gaan dingen ietsjes anders dan hier. Ik vind het wel wat prettiger daar, maar toen ik hoorde dat hier een soort zombie apocalypse was uitgebroken, dacht ik dat ik misschien toch even moest komen helpen om de boel wat te sussen. Bovendien is mij gevraagd om vandaag scheidsrechter te zijn bij de Third War of the Skies, als onafhankelijke god.”

“Wow, wat een eer om je te ontmoeten!”

“Die eer is geheel wederzijds.” glimlachte Ma Zhu. Hij liep naar de overkant om ook Referi Jerator de hand te schudden, voordat hij zich aan de zijkant van het veld opstelde, midden tussen de twee partijen.

“Welkom allemaal, bij de Third War of the Skies!” Het publiek juichte. Op de wolkentribune zaten een heel stel heroes uit het team van Abaddon, zoals Leon, de Dread Knight, Midas en Astraea. Zij juichten voor Referi. Maar ook de zeven Rangers uit het team van Amenhotep hadden zich opgesteld op de tribune. “Go Broyle!” riepen ze. De vuurmagiër voelde zich gesteund.

“Laat me nog even de regels herhalen voordat we beginnen. Het gevecht is één tegen één. Alleen Broyle Lindeoven en Referi Jerator mogen deelnemen aan het gevecht. Ze vechten tot de dood, of totdat één van de twee het opgeeft. Als Broyle Lindeoven wint, ontvangt Amenhotep de 27 Ancients en is hij vrij om de wereld weer te herstellen naar de staat waarin deze was voordat tienduizenden heroes in zombies veranderden. Echter, als Referi Jerator wint, dan blijft de wereld zoals hij nu is, en ontvangt Abaddon hoogstpersoonlijk de ziel van Amenhotep. Daarmee is alle hoop op enige verandering… verloren.

Referi Jerator, zijn de regels voor jou duidelijk?”

Referi keek even achterom naar Abaddon die achter hem stond en goedkeurend naar hem lachte. Daarna draaide hij zich terug naar Ma Zhu en zei vol overtuiging: “Ja!”.

“Broyle Lindeoven, zijn de regels voor jou duidelijk?”

De vuurmagiër keek achterom naar Amenhotep, een beetje onzeker. Die laatste knikte hem hoopvol toe. Met deze bevestiging draaide ook Broyle zich weer naar Ma Zhu en sprak vastbesloten: “Ja.”

“Laat de Third War of the Skies dan beginnen!”

Met het startsein focuste Broyle zijn handen op zijn tegenstander en schoot hij een machtige vlam zijn kant op. Hij keek toe hoe de wolk waarop ze stonden vlam vatte op de plek waar zojuist de ijstovenaar nog stond. Referi was echter niet geraakt. Die had zich op tijd van zijn plek bewogen en stond nu schuin voor de vuurmagiër aan zijn linkerhand.

Broyle schoot nog een vlam schuin voor hem, maar met dezelfde snelheid werd ook deze ontweken. Hoe kon dat nou? Had hij dan toch te weinig geoefend met mikken en timen?

Hij keek om zich heen. Referi stond nu pal naast hem aan zijn rechterhand!

Wanhopig schoot Broyle nog meer vuur naar zijn tegenstander maar omdat deze zo dichtbij stond, raakte hij ook zichzelf. Snel doofde hij zijn vuur weer. Hij keek weer in het rond. Dit keer zag hij Referi niet meer. Hij was weg. Alsof hij was verdwenen in de schaduwen.

Plotseling voelde hij een harde klap op zijn rug. En nog één. En nog één. Hij viel op de wolk. Toen hij zich omdraaide, zag hij dat Referi als een bezetene op hem aan het inhakken was met zijn twee zwaarden. Hij kroop naar achteren en achteren en achteren zo snel als hij kon maar er was geen ontkomen aan. De zwaarden raakten zijn benen met een ongekende furie en precisie. Er was geen tijd om op te staan. Broyle kroop verder en verder naar achteren totdat hij het einde van het slagveld bereikte. Terwijl de vijand verder op hem inhakte, voelde hij de machteloosheid groeien en hij besefte dat hij de dag daarvoor nauwelijks had geoefend met ontwijken. Dat was een grove fout.

“Geef je het al op?” vroeg de ijstovenaar zonder dat hij zijn tegenstander een moment van rust tussen zijn slagen gunde. Broyle kwam niet aan antwoorden toe, maar hij had ook niet geweten wat hij had moeten zeggen. Hij had een kritieke fout gemaakt. Hij had véél meer moeten oefenen met ontwijken. Maar wist hij veel dat zijn tegenstander in plaats van magie met twee zwaarden zou komen. Het zou toch een duel worden tussen magiërs?

Referi stopte heel even met de eindeloze furie waarmee hij de benen van zijn vijand had geraakt en hief zijn twee zwaarden voor een ultieme slag richting de borstkas van de vuurmagiër. In de paar seconden rust die Broyle kreeg, voelde hij zijn helderheid terugkomen. Dit was zijn kans! Hij koprolde naar de zijkant en ontweek daarmee precies de slag van Referis zwaarden, die daardoor terecht kwamen in de wolk en bleven steken.

De zwaarden zaten muurvast. Referi trok eraan. Ze gaven niet mee. Het ging om een zwart en een oranje zwaard. Met zijn linkerhand trok hij aan het zwarte zwaard en met zijn rechterhand aan het oranje zwaard. Hij kreeg ze niet los. Zelfs toen hij met twee handen aan het zwarte zwaard begon te trekken, wilde het maar niet lukken.

Ondertussen stond Broyle op van zijn plaats. Hij voelde hernieuwde moed opkomen terwijl hij keek naar het gestruggle van zijn tegenstander. Wat een geluk! Zonder zwaarden zou dit een veel eerlijkere strijd worden. Bovendien was zijn tegenstander nu afgeleid. Hij richtte zijn handen op zijn doelwit, bereidde een vuurspreuk voor en…

Nee! Weer mis! Referi trok precies het zwarte zwaard uit de wolk en, door de brute kracht die hiervoor nodig was geweest, duikelde hij achterover. De spreuk van de vuurmagiër vloog vlak langs hem en creëerde een klein brandje een eindje achter hem.

De ijstovenaar was een beetje beduusd van zijn duikeling, maar herstelde zich snel. Hij was vastbesloten om ook het tweede zwaard uit de wolken te trekken. Hij stond snel op en begon kracht uit te oefenen op het oranje lemmet, maar dit ging nog moeizamer dan daarnet. Met het zwarte zwaard in zijn andere hand, had hij nog maar één hand over om het zwaard uit de wolk te halen.

Broyle zag zijn kansen kleiner worden nu de tegenpartij weer één zwaard had. Maar hij kon het gevecht nog gelijkwaardig maken. Daarvoor moest hij zelf dat andere zwaard in handen krijgen.

Referi stopte met trekken en sprong naar achteren. Daarmee ontweek hij precies één van Broyles vuurballen. Maar dat vond de aanvaller niet erg. Zijn doel was niet om Referi te raken. Zijn doel was om hem weg te houden bij het tweede zwaard.

In rap tempo vuurde Broyle extra schoten af. Referi ontweek ze allemaal, maar kreeg geen moment om het oranje zwaard uit de wolk te kunnen trekken. Broyle was ondertussen op het wapen afgerend. Hij stopte met vuren en begon kracht uit te oefenen op het zwaard, harder en harder…

Voordat het hem lukte, duwde Referi hem weg met een elleboogstoot. De vuurbeheerser viel op de wolk. Hij zag toe hoe Referi met man en macht zijn ene hand probeerde te gebruiken om het zwaard uit de wolk te halen, maar dit wilde nog steeds niet lukken. Wanhopig en opgejaagd, liet de man van ijs zijn eerste zwaard uit zijn hand vallen en poogde hij nu met twee handen om het oranje zwaard los te krijgen van de wolk. Broyle zag zijn kans schoon! Hij strekte zich, pakte het zwarte zwaard dat nu voor het grijpen lag en sprong weer op. Hij stond nu naast Referi, met één zwaard meer in zijn handen dan zijn tegenstander, die het oranje zwaard nog steeds niet uit de wolkenvloer had gekregen. Hij voelde zijn kansen terugkeren.

“Deze is voor alle klappen die je me hebt gegeven!” riep Broyle, terwijl hij uithaalde naar de kop van zijn tegenstander. Ondanks zijn schamele ervaring met zwaarden, raakte hij deze precies op de plek waar hij op had gemikt.

“Deze is omdat je geen eerlijk magiërsduel bent aangegaan!” Hij stak de vijand in de buik. Weer raak. Broyle was positief verrast.

“En deze is omdat je je hebt aangesloten bij de vijand!” Hij raakte de voeten van de ijstovenaar, die hierdoor op de grond viel. Broyles zwaard zwierde echter nog even door en raakte ook de onderkant van het oranje zwaard. Het zwaard spleet in tweeën en het bovenste deel, dat nu loszat, gleed naar beneden en viel neer naast de ijsbestuurder. Die pakte het halve zwaard gretig op en stond weer op.

“Ha, je dacht dat je me had, hè?” Hij wees met zijn half-afgebroken zwaard naar Broyle en keek hem recht in de ogen aan. “Maar degene die zich bij de vijand schaart ben JIJ!”

Als een bezetene begon Referi weer op de vuurmagiër in te slaan. Links, rechts, links, rechts, slag na slag na slag. De punten van zijn zwaard zouden nog harder aankomen nu dat het zwaard half was gebroken. Als ze ten minste aankwamen. Hij sloeg en sloeg en sloeg en sloeg, maar als bij een wonder wist zijn tegenstander al deze slagen te ontwijken.

Broyle begreep er zelf ook niets van. Sinds hij dat zwaard in zijn handen had gepakt, voelde hij dat zijn behendigheid was gegroeid. Zou het kunnen dat Referi vóór het gevecht een spreuk had uitgesproken over het zwaard?

“Kom hier jij!” riep de drager van het oranje zwaard. “Amenhotep geeft niets om je! Hij geeft alleen om geld en macht!” Hij haalde nog een keer uit naar zijn tegenstander, maar wederom tevergeefs.

“Amenhotep is onze schepper! Zonder hem zou je nooit hebben bestaan!” Broyle keek zijn beroepsgenoot aan, maar sloeg niet. Misschien dat hij hem kon overhalen om zich weer bij aan te sluiten bij de god van het kapitalisme.

“Hij schiep ons als slaven! Als stervelingen! Om te vechten voor zijn genot, tot aan onze dood!” Referi kanaliseerde al zijn woede in een volgende slag, maar ook deze miste zijn doelwit.

“Alsof Abaddon jou niet gebruikt als slaaf!”

“Abaddon geeft me ten minste macht en een eeuwig leven! In plaats van die betekenisloze, sterfelijke hero die die arrogante Amenhotep van mij wilde maken!” Hij sloeg, weer mis. Hij sloeg nog een keer, weer mis. Plotseling veranderde hij zijn plan en trok hij zijn zwaard terug.

“Ik ben het zat. Ik ben het helemaal zat met eerlijk spelen. Voel de kracht van Morgulis, Ancient of Death!” Hij stak de ringvinger van zijn rechterhand uit naar zijn tegenstander. De bruine, metalen ring aan deze vinger begon te gloeien, en Broyle voelde dat de kracht waarmee hij tot nu toe zo hard had gevochten, langzaam uit hem werd gezogen.

“Jeetje, wat is dat?” slaakte de getroffene uit.

“Dit is een relic. Een klein stukje Ancient in de vorm van een ring. In feite zijn al deze ringen Relics van verschillende Ancients. En mijn helm, amulet en handschoenen ook! Zelfs deze zwaarden zijn Relics. Ik vecht met de krachten van de Ancients!”

“Wat? Maar dit is niet eens vechten!”

“Dat boeit me niet! Ik wilde eerlijk vechten, totdat jij mijn zwaard van Kumawakamaru stal, dat de drager bovennatuurlijke ontwijkreflexen geeft. Zelfs met het zwaard van Juggernaut, dat de bezetene in iemand losmaakt, kan ik je niet meer raken! Eigenlijk mocht ik dit niet vertellen van Abaddon, maar dat boeit me niet. Je gaat er nu toch aan!”

Kumawakamaru? De Ancient of Shadows? In Broyles hoofd begon ineens heel veel op zijn plaats te vallen. Zoals hoe het kon dat hij in het begin Referi alsmaar niet had kunnen raken. En hoe Referi op een gegeven moment zelfs helemaal weg leek te zijn. Verdwenen in de schaduwen. Hmmm…

“Je staat aan de verkeerde kant van de geschiedenis, Lindeoven! Sterf!” Referi sloot zijn ogen en focuste al zijn kracht op de ring van Morgulis. Hij voelde de ring sterker worden en sterker worden. Nu zou het gebeuren! Hij opende zijn ogen en… waar was Broyle?

De relic-drager keek om zich heen. Zijn tegenstander was nergens meer te bekennen. Opgeslokt door zijn bruine ring. Dat betekende dus dat hij had gewonnen!

Referis vreugde was van korte duur. Deze werd ruw verstoord door een slag in zijn rug, die Referi voorover deed vallen. Door de impact vlogen een paar van zijn ringen van zijn handen.

Referi schrok. Oh nee! Hij keek naar zijn vingers. De ring van Morgulis had hij gelukkig nog om.

Hij draaide zich om. “Hier zul je voor boeten!” Hij strekte zijn linkerhand en richtte de ring weer naar de vuurmagiër. Broyle schrok. Uit reflex schoot hij met zijn vrije hand een vuurbal, maar vanwege de schrik lukte het hem niet om goed te richten. Referi dook weg. Hij kon makkelijk de vlam ontwijken, en deze kwam in plaats daarvan achter hem terecht, op de ringen die van zijn handen waren gevallen. Die begonnen als gevolg heftig te branden.

Broyle keek toe en zag hoe zijn vlammen ervoor zorgden dat de ringen in as veranderden. Natuurlijk, dacht hij! Alle Relics zijn van metaal, en laat dat nu super brandbaar zijn…

Met zijn vrije hand begon Broyle nog meer te schieten. Hij schoot en schoot. Op Referi, die inmiddels opgestaan was. Maar zijn doel was niet om zijn lichaam te raken. Het ging hem enkel om de relics.

Binnen no time hadden al Referis ringen vlam gevat. Uit zelfbescherming gooide hij ze van zijn handen af. Hij moest toezien hoe ook deze ringen af begonnen te branden.

“Ik heb nog genoeg andere relics, hoor!” schreeuwde de ijstovenaar, terwijl hij zijn amulet goedhing en zijn zwaard extra goed vastpakte. Hij rende op zijn vijand af in een poging hem te ontwapenen. Als hij het zwaard van Kumawakamaru weer kon bemachtigen, zou hij verdere aanvallen van zijn tegenstander op zijn Relics kunnen ontwijken.

Broyle hield zijn zwarte zwaard echter al net zo stevig vast. Dankzij de krachten van Kumawakamaru wist hij steeds net op tijd een stap in de juiste richting te zetten om alle op hem gerichte aanvallen te ontwijken. Ondertussen schoot hij nog meer vlammen naar zijn tegenstander, die zich op hem aan het gooien was. Zijn helm vatte vlam. Zijn amulet vatte vlam. Zijn handschoenen vatten vlam. Zelfs dat halve zwaard dat hij nog vasthad, vatte vlam. Noodgedwongen rende Referi weg en trok hij al zijn bepantsering uit. Het belandde op een hoopje, dat door de combinatie van vlammen zo heftig begon te branden, dat menig slachtoffer van een Aardse energiecrisis jaloers zou zijn op de geproduceerde warmte.

Broyle merkte dat het tij begon te keren, ten bate van hem. Nu dat hij de enige met een Relic was, had hij een duidelijk voordeel over zijn tegenstander. Met de kracht om alles te ontwijken wat zijn tegenstander ook maar kon proberen, was het slechts een kwestie van tijd voordat hij zelf als winnaar uit de strijd zou komen. Zijn tegenstander had een kritieke fout gemaakt. Dat was toen hij het zwaard van Kumawakamaru naast zich had neergelegd om het andere zwaard uit de wolkenvloer te trekken. Dankzij die fout had Broyle het uiteindelijk voor elkaar gekregen om zijn kansen te keren.

“Geef het maar op.” stelde de vuurstuurder voor. “Je wilde oneerlijk spelen, maar kijk eens wie nu de enige is met nog een Relic?”

“Hwraaaaagh!” slaakte zijn tegenstander gefrustreerd. “Jij wilde een echt tovenaarsduel? Goed! Dan krijg je die!” Hij strekte zijn blauwe handen, die voor het eerst sinds het begin van het gevecht het daglicht hadden gezien, voor zich uit en sprak met luide stem:

“Pagokrystalloi!”

Uit de handen van de tovenaar vlogen lange stralen met ijs. Broyle zag het gebeuren en was verbaasd om vandaag nog ijsmagie te zien, maar wist dat het toch niet meer uit ging maken. De tovenaar had zijn kansen al verspild. Moeiteloos ontweek Broyle het ijs dat op hem afkwam, en het viel links van hem, rechts van hem, voor hem, achter hem, overal om hem heen behalve op de plek waar hij stond. Op een gegeven moment werd Broyle volledig door ijs omringd, maar zelf had hij nog steeds geen schrammetje.

“We kunnen zo nog wel even doorgaan,” gaf Broyle aan, “maar ik denk dat langzamerhand duidelijk wordt wie er gaat winnen. Tenzij jij graag nog even doorgaat met mis-schieten.”

“Mis-schieten? Mis-schieten? Ik heb alleen maar raak geschoten! Kijk eens om je heen! Ik heb al je vluchtwegen bevroren!”

Broyle keek in het rond. Shit. Zijn tegenstander had gelijk. Overal om hen heen lag ijs.

“Chionothyella!” hoorde hij in de verte roepen en hij was getuige van een heuse sneeuwstorm die op hem afkwam. Hij schoot weg, maar gleed uit over het ijs. Gauw probeerde hij weer op te staan, maar dit zorgde er alleen maar voor dat hij opnieuw uitgleed.

“Brakizer!” riep Referi en een ijzig omhulsel wikkelde zich om Broyles zwarte zwaard. Oh nee! Broyle probeerde het ijs nog te laten smelten, maar het was al te laat. Het omhulsel brak in vijf delen uiteen, en de stukjes zwaard vlogen in het rond. Als kleine, metalen rotsjes landden ze vervolgens op het wolkenbed.

“Zoals ik al zei, een echt tovenaarsduel. Beide zonder relics. Eens kijken wie er nu gaat winnen!”

Broyles hart begon weer wild te kloppen. Hij was net nog zó dichtbij! En nu niet meer… Maar de hoop was nog niet verloren. In ieder geval was het nu een gevecht tussen twee gelijken. Twee magiërs. Een echt tovenaarsduel! Op zwaarden was hij niet voorbereid, maar omgaan met magie was iets wat hij zijn hele leven al had geoefend.

De vuurmagiër stond op – rustiger dan daarnet – en begon vlammen te schieten. De ijstovenaar beantwoordde deze aanval met stralen ijs. Weldra vlogen de elementen overal in het rond. Er ontstond een spektakel van rood-oranje en blauw-witte kleuren. Het duel zoals Broyle het voor zich had gezien, was eindelijk daar.

De beide heren waren aan elkaar gewaagd. Zonder de hulp van de Relics, waren ze aangewezen op hun eigen kracht en behendigheid. En die liet aan beide kanten niets te wensen over!

Zo merkte Broyle dat zijn training van gisteren eindelijk vruchten afwierp. Hij was geconcentreerder dan normaal en voelde dat hij met vuur kon blijven schieten, zonder dat het hem heel erg vermoeide. Het viel alleen nog niet mee om zijn rivaal ook daadwerkelijk te raken. Die was veel lichter geworden dankzij al het metaal dat hij had uitgedaan, wat zijn beweeglijkheid ten goede was gekomen.

Ook Referi was niet voor de poes. Ongehinderd door zijn bepantsering, voelde hij dat de magie weer als van ouds door zijn aderen stroomde. Krachtige vlagen ijs schoot hij naar de magiër tegenover hem. Alleen bleek deze al even behendig te zijn, en het viel voor Referi niet mee om raak te schieten. Hij miste de ring van Sniperino, die hem aan het begin van het gevecht zo geholpen had met richten. Broyle was alleen maar blij om te zien dat hij, als het erop aankwam, toch best goed was in ontwijken.

Het spel van schieten en ontwijken ging nog even door, voordat het Referi eindelijk lukte om Broyle te raken. Hij bevroor de rechterhand van zijn tegenstander.

“Haha! Gotcha! Zo wordt het moeilijker om vuur te schieten, nietwaar?”

“Nee hoor!” riep Broyle triomfantelijk. “Ik heb ook geoefend met maar één hand!”

Hij focuste al zijn energie op zijn linkerhand en schoot een machtige vuurbal Referis kant op, die deze maar net wist te ontwijken. De bal schoot door en raakte het onderste stuk van het zwaard van Juggernaut, dat binnen milliseconden in vlammen opging. Op de plek waar het zwaard vast had gezeten, bleef een gat in de wolk achter. In de wereld van Clicker Heroes begon het op die plek te regenen.

Ondanks zijn oefening, verbaasde het Broyle met wat voor een kracht hij die vuurbal uit zijn ene hand geschoten had. Referi maakte gebruik van dit moment van beduusdheid en schoot een verrassingsstraal. Daarmee bevroor hij ook Broyles linkerhand.

“En nu?” riep Referi gemeen.

“Ehhh…” Broyle keek naar zijn handen, maar er was niets aan te doen. Als hij nu een vlam kon maken, kon hij zichzelf nog bevrijden, maar daar had hij eigenlijk zijn handen voor nodig. En dat was nu precies het probleem…

“Hebbes!” schreeuwde Referi. Hij begon nog meer ijsstralen te schieten. Broyle rende weg, zo hard als hij kon, maar hij voelde dat het een verloren zaak was. Met twee blokken ijs aan zijn armen was hij een stuk minder behendig geworden, en toen Referi op een gegeven moment zijn voeten bevroor en hij met zijn gezicht op de wolk viel, wist hij dat er erg weinig hoop was om nog te proberen op te staan.

“Lig je lekker?” vroeg de ijstovenaar van achteren. Broyle, die met zijn gezicht op de wolk lag en zich niet meer om kon draaien, slaakte een zucht.

“Niet echt.” mompelde hij.

“Je hoeft dit niet te doen, hè? Je riskeert je leven voor een man die niet hetzelfde voor jou zou doen. Waarom denk je dat hij jou laat vechten in plaats van zelf ten strijde te trekken?”

“Waarom? Omdat Amenhotep vertrouwen in mij heeft, daarom!” riep Broyle voor zich uit.

“Haha, en kijk eens hoever dat vertrouwen je heeft gebracht!”

“Shush…” Hij wist dat het een verloren zaak was, maar Referi hoefde het niet in te wrijven.

“Nog een laatste kans om te ontsnappen aan je dood. Als je je bij Abaddon aansluit, heb je het eeuwige leven!”

“Eeuwig leven in een wereld van chaos en zombies, sure. Over mijn lijk!” Het verbaasde Broyle hoe dapper de woorden uit zijn mond klonken. Van binnen deed hij het in zijn broek.

“Goed dan! Jouw keuze!” Referi focuste zijn handen voor de genadespreuk.

Door Broyles hoofd vlogen duizenden gedachten. Het lot van de wereld! Amenhotep! Het voelde alsof hij iedereen in de steek had gelaten. Hij had toch zó zijn best gedaan… maar het was niet genoeg. Hoe zou zijn naam in de geschiedenisboeken terecht komen? Goed? Slecht? Sterk? Zwak? De ridder die strijdend ten onder ging? Of de sukkel die het niet lukte om de zombie apocalypse te beëindigen?

Haastig zocht hij naar een uitweg. De goden! Zouden de goden hem kunnen redden? Nee, die mochten niet ingrijpen! En wezens boven de goden dan? Ancients? Of de Outsiders uit de oude verhalen? De scheppers der scheppers? Die zouden hem toch niet laten stikken?

Broyle dacht terug aan alle dingen die hij verkeerd had gedaan in dit leven. Alle spreuken die hij nooit had kunnen onthouden. Alle monsters die hij nooit had weten te doden. En die keer dat hij Referi vermoordde, voordat die weer tot leven werd gewekt. Had hij daar een kritieke fout gemaakt? Zou dit alles niet gebeurd zijn, als hij en Referi vrienden waren gebleven?

Hij wilde weg. Hij wilde hier niet meer zijn. Hij vreesde de dood. Hij wist niet wat er ging gebeuren. Zou het pijnlijk zijn? Hij wist zeker dat Abaddon hem niet zou helpen.

Hij kon wel door de wolk zakken. Althans, alleen om te ontsnappen aan zijn doem. Als hij echt door de wolk zou zakken, zou hij heel hard vallen en met zo’n kracht op de grond terechtkomen dat hij zeker een pijnlijke dood tegemoet ging. Dat zou hij zijn ergste vijand nog niet toewensen.

“Aaaaah!” hoorde Broyle ineens. Tot zijn verbazing kwam het niet uit zijn eigen mond. Dit was het stemgeluid van Referi.

“Mijn hoofd! Ik heb mijn hoofd bevroren! Aaaaah, stomme rots! Ik kan niets zien!” Referi was over een stuk van het zwaard van Kumawakamaru gestruikeld, net toen hij de betovering wilde maken die de vuurmagiër in een homp ijs zou veranderen. Daardoor had hij misgeschoten en zijn eigen hoofd geraakt.

Broyles emoties sloegen op hol. Hij voelde een mengeling van opluchting, hilariteit, maar ook onzekerheid en doodsangst. Hij kon zich nog steeds niet bewegen. Hij lag vast. De ijstovenaar zou hem vanzelf raken als die het maar lang genoeg probeerde. Met of zonder zicht. Of was er nog een andere uitweg mogelijk?

Broyle voelde de vlam van hoop in hem ontwaken. Een machtige tovenaar die zijn eigen hoofd bevriest? Dit moest het werk zijn van bovengoddelijke krachten. De Ancients. De Outsiders. Iemand had zijn smeekbede om hulp gehoord. En als ze hem één keer geholpen hadden, dan konden ze ook nog een tweede keer helpen. Toch?

Of het nu bovengoddelijke krachten waren of niet, Broyle kreeg wel gelijk. Referi begon in het rond te schieten, maar door zijn slechte gevoel voor richting schoot hij er steeds royaal naast.

“Ik vind je wel, Broyle! Je einde is nabij! Ik zal zorgen voor je verdoemenis!” In een poging te voelen waar zijn rivaal zich bevond, begon Referi blind over de wolk te rennen. Zijn voeten zouden vanzelf op het lichaam van de magiër stuiten, en dan zou hij zijn leven alsnog kunnen beëindigen! Hij rende en rende, en voelde alleen maar wolk, tot op het punt dat hij een misstap zette en geen wolk meer voelde. Zijn been had de pech om het gat te vinden dat het zwaard van Juggernaut had achtergelaten. Referi verloor zijn evenwicht, kukelde door het gat en viel naar beneden. Hééél ver naar beneden.

Broyle hoorde hoe Ma Zhu van zijn plek afkwam en van de wolkentrap afrende. Het duurde even, maar na een flink aantal minuten hoorde hij hoe de scheidsrechter de trap weer opkwam, op zijn plek ging staan, zijn keel schraapte en de verlossende woorden sprak:

“Het lijkt erop dat meneer Jerator is overleden.”

“Wat?” riep Abaddon, die het hele gevecht stil was geweest maar nu zijn verontwaardiging niet meer in kon houden. “Dat kan niet! Ik kan hem tot leven wekken. Hij kan nog verder vechten!”

“Stil, Abaddon!” De god van het oosten keek zijn collega boos aan. “De regels van het gevecht zeggen dat de strijd voorbij is als één van de twee vechtende partijen is overleden. De uitslag is dus al bepaald. De winnaar van de Third War of the Skies is Broyle Lindeoven!”

Broyle wist niet wat hij hoorde. Was het echt? Had hij gewonnen?

Amenhotep sprong het veld op, tilde de half-bevroren tovenaar van de grond en gaf hem een stevige omhelzing met goddelijk krachtige armen.

You did it!” sprak hij opgelucht, terwijl hij Broyle bijna alsnog vermorzelde met zijn knuffel.

“J… ja…” wist de vuurmagiër uit te brengen. Amenhotep liet hem weer gaan.

“Poeh, je hebt me wel laten schrikken, hoor. Ik dacht dat mijn wereld en mijn dromen eraan zouden gaan! Maar het is gelukt. Je hebt ze kunnen redden!”

“Ja… maar, vergeet je niet iets?” hintte de tovenaar.

“Wat?”

Ik ging er ook bijna aan, hè? Je trouwe bondgenoot? Die je door dik en dun is blijven steunen?”

“Ja, dat zag ik inderdaad! Je maakte me doodsbenauwd met je wanhopige optreden! Maar, aangezien je gewonnen hebt, zal ik het je vergeven.” De zelfingenomen Amenhotep had niet door dat Broyle graag wilde horen dat de god ook om hem persoonlijk gaf. Broyle besloot niet door te vragen. Amenhotep ging toch nooit veranderen, dacht hij.

“Dankjewel. Hey, ehm… mijn handen en voeten zijn nog steeds bevroren. Zou je me kunnen helpen?”

Precies op dat moment zag Broyle hoe een blauw kristalvormig standbeeld, als door een bovengoddelijke kracht gedreven, hun kant op vloog en zich naast Amenhotep op de wolk neerzette.

“Argaiv! Natuurlijk, het goddelijke pact is geactiveerd. Nou, hiermee moet het wel lukken om je uit dat ijs te bevrijden.” Amenhotep balde zijn vuisten en sloeg de ijzige boeien rondom Broyles handen en voeten kapot, zodat deze in duizenden kleine stukjes uiteen vlogen.

“Bedankt!” riep de magiër verheugd. Hij keek om zich heen. Hij zag het slagveld, bezaaid met lagen ijs, kleine brandjes en stukken van het zwaard van Kumawakamaru, die nog steeds als harde rotsen uit de wolk staken. Hij zag de toeschouwers, die zich in een gemengde stemming bevonden; sommigen, zoals de zeven Rangers, opgewekt en elkaar omhelzend; anderen, zoals Midas en de Dread Knight, terneergeslagen. Maar wat Broyle ook zag, was hoe steeds meer Ancients vanzelf de wolk op kwamen vliegen en bij hem en Amenhotep kwamen landen. En wie had het ook anders verwacht? De krachten van een goddelijk pact werkten altijd door.

“Nee, jij bedankt. Maar, als je me wilt even excuseren, ik heb een wereld vol chaos waarin ik de orde moet herstellen.” Amenhotep draaide zich om en vloog weg. De Ancients volgden hem op de voet.

Broyle kon zijn oren niet geloven. Had Amenhotep hem nou echt bedankt? Zat er dan toch een schrijntje liefde in zijn schepper?

Maar dat was niet zo. Broyle maakte een kritieke denkfout. Het was slechts de kracht van Atman, de gulle en vrijgevige Ancient, die de god er toe had aangezet iets dat leek op liefde te tonen naar één van zijn schepsels. Maar omdat Broyle dat niet doorhad, kon hij zich wanen in de illusie dat alle strijd die hij had geleverd daadwerkelijk een persoonlijke indruk had achtergelaten op zijn schepper.

Een nieuw begin

Met de derde en laatste oorlog achter zich, en met een goddelijk pact dat ervoor zou zorgen dat Abaddon de Ancients nooit meer zou kunnen stelen, ging Amenhotep aan de slag om de wereld voor eens en altijd te herstellen naar zijn voormalige glorie. Hij dreef de grijze donderwolken weg die zoveel bliksemschichten hadden geschoten. Hij genas alle zombies van hun hersenloze geestdrift en gaf hun de vrije wil terug. En hij ontdekte zelfs dat hij met de kracht van Morgulis niet alleen heroes kon doden, maar ze ook weer tot leven kon wekken. Zo gaf hij iedereen die zich uit verlangen naar leven had aangesloten bij Abaddon, de kans om te blijven leven en weer mee te draaien in het prettige kapitalistische systeem. Vele overgestapte heroes pakten de kans met liefde aan en gingen weer aan de slag met het bevechten van monsters. Ook Midas, die lang aan Abaddons zijde had gestreden, maar inzag dat de enige manier om weer koning te worden was door zich te schikken naar de ideeën van de heersende god. Ook Astraea, die een nare dood was gestorven en uit wanhoop Abaddon had geholpen, maar die dolblij was om zich weer bij haar mede-rangers aan te sluiten, waar ze werd geaccepteerd alsof er niets gebeurd was. Zelfs Referi Jerator, de ijstovenaar die zich zo had uitgesproken tegen de god van het kapitalisme door wie hij tot tweemaal toe een pijnlijke dood was gestorven. Ook hij besloot zich weer bij Amenhotep aan te sluiten, nadat deze hem tot leven had gewekt en hem had beloofd dat hij geen betekenisloos bestaan meer zou leiden, maar dat hij de geschiedenisboeken in zou gaan als de machtigste tovenaar die ooit geleefd had.

Er was één iemand die zich niet zomaar liet paaien door de krachten van Amenhotep om heroes uit de dood te bevrijden. Iemand die nooit gestorven was, maar die zich om andere redenen bij Abaddon had aangesloten. Dat was de Dread Knight. Hij koesterde nog steeds een wrok tegen Amenhotep, die hem vergeten was en hem geen normale taak had gegeven, zoals bij de andere Rangers. Nog steeds projecteerde hij zijn bitterheid en opgekropte woede jegens alle momenten dat hij in de steek gelaten en alleen gelaten werd, op Amenhotep. Maar zelfs zijn versteende hart kon worden ontdooid. Amenhotep beloofde hem een speciale taak: hij zou beschermer van de armen worden. Beschermer van de meest kwetsbare groep in de wereld van Clicker Heroes. Iedereen met minder dan 1.0e55 goud zou bij de Dread Knight terecht kunnen voor zijn kracht en steun, en liet het nou net zo zijn dat er in deze wereld heel veel heroes onder deze armoedegrens leefden! De Dread Knight voelde zich gezien, iets dat hij nog niet zo vaak eerder had gevoeld. Met open armen nam hij zijn nieuwe taak aan en sloot hij zich aan bij de rest van de Rangers, die maar al te blij waren dat ze weer compleet waren en dat ze allemaal een taak hadden gekregen die bij hen paste.

Amenhotep besloot dat hij nog een paar dingen moest toevoegen voordat zijn wereld echt klaar was. Lang geleden, toen hij nog anders in het leven stond, dacht hij dat het voldoende was om een wereld te creëren met daarin alleen heroes die monsters probeerden te verslaan. Dat dat voor altijd leuk zou zijn om naar te blijven kijken. Maar inmiddels wist hij beter. In de tijd tussen de Second en Third War of the Skies, toen hij zijn Ancients niet meer bij zich had, kwam hij erachter dat als je maar lang genoeg blijft kijken naar hetzelfde schouwspel, dat het vanzelf saai wordt, ongeacht hoe leuk het was toen je het voor de eerste keer zag. Amenhotep wilde een boeiendere, rijkere ervaring. Hij wilde meer elementen en meer afwisseling. En nu dat hij de Ancients weer tot zijn beschikking had, kon hij zijn droom voltooien. Hij schiep Mercenaries, kleine hulpjes die op queestes gestuurd konden worden om goud en andere hulpmiddelen te vinden. Hij schiep Relic oozes, een nieuw monsterras dat alle nog overgebleven relics opat en kon worden gedood om relics te krijgen. Hij schiep Clickables, bijtjes en oranje visjes die uit het niets verschenen en waarop je kon klikken om bonussen te krijgen. Hij schiep Auto Clickers, apparaatjes die automatisch heroes konden betalen of achter monsters aan konden gaan. Hij overwoog zelfs nog even om tóch fidget spinners te introduceren, maar Broyle herinnerde hem eraan dat hij het zelf was die had gezegd dat een fidget spinner niet thuis hoorde in deze wereld, en Amenhotep moest hem helaas gelijk geven.

Er was nog één laatste ding dat Amenhotep wilde proberen om het paradijs dat hij voor ogen had, te voltooien. Net zoals een goed optreden niet af is zonder een toegift, was ook de wereld van Clicker Heroes niet compleet zonder een waardige opvolger. Een sequel. Clicker Heroes 2. Voor deze laatste wens bundelde de god van het westen de vermogens van alle Ancients samen tot één grote onstopbare kracht die alle problemen met Clicker Heroes 2 zou oplossen en het spel tot de waardige opvolger zou maken die het ooit bedoeld was om te zijn. Helaas kwam hij erachter dat zelfs de vermogens van de Ancients limieten hebben en dat ze geen onmogelijke daden konden verrichten. Ach ja, dacht Amenhotep. Hij kon in ieder geval rusten met het idee dat hij het had geprobeerd.

Nadat zijn wereld helemaal voltooid was – of in ieder geval, zoveel mogelijk voltooid – riep Amenhotep Wepwawet, de god van de openingen, bij zich. Met Wepwawet had de god van het westen toegang tot alle mogelijke alternatieve werelden, en dat was precies wat hij nodig had om de Ancients veilig te stellen. Hoewel hij, dankzij het goddelijke pact, niet meer bang hoefde te zijn dat Abaddon ooit nog de Ancients zou bemachtigen, was hij zich ervan bewust dat er altijd andere vormen van kwaad op de loer konden liggen. De beste manier om zijn droomwereld te beschermen was dus door te zorgen dat er helemaal niemand meer bij die krachtige beelden zou kunnen komen. En Amenhotep had zijn lesje van de Third War of the Skies wel geleerd: de Ancients waren in deze wereld gewoon niet veilig, zelfs niet met een krachtveld van Ancient-achtige proporties. Om de beelden ook te beschermen tegen tijdreizigers, droeg hij Wepwawet op om de Ancients te teleporteren naar een willekeurige plek in het tijd-ruimtecontinuüm. Willekeurig, zodat zelfs Wepwawet en hij de tijd en locatie van de Ancients niet wisten en deze informatie dus ook niet konden delen met potentiële toekomstige vijanden. En zo geschiede. De Ancients verdwenen uit het hier en nu en kwamen op een toekomstig moment in de Planes of Gold terecht. Niemand wist meer waar of wanneer ze waren, en het zou nog een hele lange tijd duren voordat iemand per ongeluk op het juiste moment een portaal naar de Planes of Gold zou openen.

Met het verdwijnen van de Ancients brak een nieuw tijdperk aan in de wereld van Clicker Heroes. Een tijdperk dat je misschien bekend voorkomt, als je het spel wel eens gespeeld hebt. Een tijdperk van vrede – als je de miljoenen monsters niet meetelt, die werden en nog steeds worden afgeslacht.

Ook over dit tijdperk valt nog heel veel te vertellen. Zoals hoe de leeuw-achtige hero Leon leerde om over zijn angsten te komen en in zichzelf te geloven. Of hoe de tovenares in opleiding Natalia in de leer ging bij Referi, denkende dat hij de grootste tovenaar aller tijden was. Of hoe de huurling Bobby tevergeefs probeerde om een indruk te maken op Natalia. Maar ook hoe Rashon van een Ancient in een monster veranderde toen een groep avonturiers zijn wapenschild stal. En hoe verschillende heroes, zoals Cid en Midas, begonnen te experimenteren met manieren om tijdelijke bonussen te creëren, genaamd Skills. En zelfs hoe Abaddon een manier vond om krachtiger te worden zonder de hulp van de Ancients, waarmee hij uiteindelijk zo sterk werd, dat Amenhotep zich tot bijzonder zwaar geschut moest wenden om zijn rivaal te stoppen.

Op al deze verhalen zal ik nu niet verder meer ingaan. Als je nieuwsgierig bent, raad ik je aan om Clicker Heroes zelf te spelen. Dan kun je met eigen ogen zien hoe de geschiedenis zich vanaf dit punt ontvouwt. Je kunt er zelfs een actieve rol in spelen. Wie weet vind jij wel de Ancients op hun verborgen plek? En als je geluk hebt, kom je misschien zelfs in aanraking met de machtige Outsiders