Ontstaan van de wereld

Persoonlijke beeldjes

In den beginne was er nog geen wereld van Clicker Heroes. Er waren alleen Outsiders, die samen in een goddelijk huis woonden ergens middenin de leegte.

Het huis van de Outsiders was immens, met vele grote kamers en een gigantische tuin. Er was ook een grote woonkamer waar de Outsiders bijeen konden komen om gezellig te kletsen, samen God-TV te kijken of met z’n allen wat te eten. In de woonkamer stond een lange houten eettafel, waar een prachtige zilveren kandelaar boven hing. Zo voelde iedere maaltijd voor de Outsiders als een luxe diner.

De lange eettafel werd ook wel eens voor andere dingen dan eten gebruikt. De Outsiders speelden er ook wel eens gezelschapsspelletjes op. Een spel dat altijd in de smaak viel was Klikkertet, waarbij de Outsiders probeerden zoveel mogelijk setjes van 4 kaarten te verzamelen. Soms speelden ze ook Outsideropoly, maar dat liep meestal wat minder goed af. Op een of andere manier kreeg Chor’gorloth altijd hotels op de Bloodlands, en Phandoryss kon niet zo goed tegen zijn verlies en begon dan met stoelen te gooien. Dan moest de wijze Ponyboy tussenbeide komen om de twee uit elkaar te halen.

Het leven ging dus zijn gangetje in het huis van de Outsiders. Over het algemeen konden ze zich wel vermaken. Hun woning was groot genoeg. Misschien zelfs iets te groot. Daardoor kon het soms ook heel leeg voelen voor de Outsiders. Op een dag, toen iedereen aan het chillen was in de woonkamer, kwam de nieuwsgierige Sen-Akhan daarom met het volgende idee:

“Jongens, we hebben zo’n groot huis, maar het voelt zo leeg. Laten we allemaal een mooi standbeeld maken om de boel wat op te fleuren.”

Eigenlijk was iedereen het met dit idee eens, behalve Xyliqil, die liever op de bank bleef liggen. De andere 8 Outsiders wisten echter niet hoe snel ze aan de slag moesten gaan met het maken van hun persoonlijke standbeeld:

  1. Sen-Akhan bouwde een grote gouden cirkel met een oog in het midden. Het beeld symboliseerde haar nieuwsgierigheid. Ze noemde het Dora.
  2. Orphalas bouwde een grote zandloper in de stijl van een wereldbol. Daarmee drukte ze het belang uit van rust en van het nemen van de tijd. Ze noemde haar beeld Chronos.
  3. K’Ariqua bracht haar liefde voor dood en verderf tot uiting met een beeld van een groenpaarsige slijmbal. Haar creatie kreeg de naam Bubos.
  4. Rhageist wilde een beeld dat vrijgevigheid en passie uitstraalde. Ze bouwde Atman, een standbeeld in de vorm van een hart.
  5. Borb bouwde een pikzwart beeld in de vorm van een… borb. Het had niet echt een vorm. Dat vond hij wel passen. Kumawakamaru werd de naam van dit beeld, dat Borbs interesse voor het ongeziene symboliseerde.
  6. Ponyboy verwezenlijkte zijn eeuwenoude wijsheid in een grijs standbeeld met piramides erin. Hij noemde het Solomon.
  7. Phandoryss liet zich inspireren door schedels en bouwde een grote bruine schedel met bloeddorstige rode ogen. De naam werd Morgulis.
  8. Ten slotte maakte Chor’gorloth een beeld van een grijze man die een gouden bal vasthield. Het stond symbool voor zijn liefde voor goud en kreeg de naam Mammon.

Na vijf dagen hard werken was iedereen klaar en was het tijd om de beelden tentoon te stellen. Vol trots lieten de Outsiders de beelden zien waar ze hun hart en ziel in hadden gestopt. Er werd hard geklapt voor alle prachtige creaties. Na de gezamenlijke onthulling kregen alle beelden een passende plek in het grote Outsider-huis.

Stemmen in het hoofd

De dagen gingen weer verder in de goddelijke woning van de Outsiders. Sen-Akhan ging lekker documentaires kijken op Netkliks, Rhageist bakte heerlijk eten in de keuken, Xyliqil lag nog steeds op de bank en Phandoryss speelde tegen Borb een potje Exploding Klikkens. Ook Ponyboy zat in de woonkamer en keek toe naar wat zijn vrienden aan het doen waren. Alles verliep als gewoonlijk. Toen hoorde Ponyboy ineens een stem spreken in zijn hoofd:

“De kandelaar gaat vallen.”

Geschrokken keek Ponyboy op naar Phandoryss en Borb, die aan de eettafel zaten en hun spelletje speelden onder een grote kandelaar.

“Pas op, jongens! Kom van die eettafel vandaan!” riep hij naar de twee spelers. Iedereen wist dat de wijze Outsider nooit een woord teveel zei, dus Borb en Phandoryss renden zo snel als ze konden van de tafel vandaan. Net op tijd, want vlak daarna viel de kandelaar naar beneden, die bovenop het hoofd van Phandoryss terecht zou zijn gekomen als hij nog op zijn stoel had gezeten.

“Bedankt man. Hoe zag je dat die kandelaar bijna ging vallen?” vroeg Phandoryss, nog half in shock.

“Geen idee, ik werd gewaarschuwd door een stem in mijn hoofd.” gaf Ponyboy aan, die zelf ook nog verbaasd was.

De dagen daarna deden zich meer van dit soort gekke voorvallen voor. Orphalas begon alleen nog maar te mediteren, nadat ze stemmen hoorde die haar vertelden om rustiger aan te doen. Sen-Akhan liep ineens iedereens spullen te doorzoeken, nadat een stem haar de opdracht gaf om op schattenjacht te gaan. En niemand wist precies wat K’Ariqua gehoord had, maar ze deed wel ineens vreemde stofjes in de drankjes van de andere Outsiders…

Binnen de kortste keren hoorden alle Outsiders stemmen in hun hoofd en gedraagde bijna niemand zich meer als zichzelf. De enige die mentaal stabiel was gebleven, was Xyliqil. Hij begreep helemaal niets van de plotselinge geestdriften van zijn huisgenoten.

Guys, doe eens ff chill. Waarom al die onrust?” riep hij vanaf de woonkamerbank naar Phandoryss en Ponyboy, die op dat moment tegenover elkaar stonden, verwikkeld in een heftige strijd. Phandoryss had gehoord dat hij zijn vrienden moest doden en probeerde daarom steken uit te delen, maar de laatste wist dankzij de stem in zijn hoofd precies hoe hij die moest pareren. Ze waren zo gefocust op hun gevecht, dat ze Xyliqil niet hoorden.

Guys, sinds jullie die beeldjes hebben gemaakt zijn jullie helemaal gek geworden!” riep de luie Outsider nu extra luid. Dit keer kwam het wel binnen, en de twee strijders draaiden langzaam hun hoofd richting het geroep. Hun gezichten zagen eruit alsof ze allebei een geest hadden gezien, zo wit waren ze, nu dat de realisatie eindelijk tot hen doordrong.

“Inderdaad,” beaamde Ponyboy, “die stemmen komen van de beeldjes!”

Xyliqil stuurde met zijn God-telefoon een berichtje naar de andere Outsiders en binnen no time waren Sen-Akhan, Orphalas, K’Ariqua, Rhageist en Borb naar de woonkamer gekomen voor spoedoverleg. Behalve Xyliqil kon iedereen bevestigen dat ze stemmen hadden gehoord en ze zich niet meer zichzelf hadden gevoeld. De aard van de stemmen leek ook erg overeen te komen met de symboliek van de beeldjes die ze niet zolang geleden hadden gebouwd. Het was alsof deze goden heel hun hart en ziel in hun beeldje hadden gestopt, en de beeldjes daardoor een deel van hun goddelijke krachten hadden overgenomen.

Het was duidelijk: de beeldjes moesten het huis uit. Eerst werd er, in het verste hoekje van de tuin, een klein hutje gebouwd. Vervolgens haalde iedereen zijn beeldje op uit de woning en bracht het naar het hutje. Ten slotte werd door Borb de deur dichtgetimmerd. Zo was iedereen er zeker van dat ze nooit meer de stemmen van hun beeldjes zouden horen.

Gevangen in hebzucht

De Outsiders waren erg blij met hun spoedoplossing en de volgende dag voelden ze zich weer bijna allemaal de oude. Ze hadden alleen één ding over het hoofd gezien: bij het overleg waren maar 8 Outsiders aanwezig geweest, en er waren maar 7 beeldjes naar de hut gebracht…

Chor’gorloth had het bericht van Xyliqil wel ontvangen, maar was zo bezeten door zijn beeldje Mammon dat hij er niet aan moest denken om het weg te doen. Sterker nog, de aura van zijn standbeeld maakte de hebberige Outsider alleen maar hebberiger. Sinds de grote tentoonstelling van hun beeldjes had Chor’gorloth zich alleen nog maar in zijn kamer opgesloten, werkend aan nog meer beeldjes. Eerst bouwde hij Juggernaut, een groot oranje wiel dat drive en wilskracht symboliseerde. Maar ook dit beeld begon zijn invloed uit te oefenen op de Outsider, en Chor’gorloth werd onstopbaar. Zijn energie werd eindeloos en hij sliep niet meer. Beeldje na beeldje maakte hij. Argaiv, Berserker, Bhaal, Chawedo, Dogcog, Energon, Fortuna, Fragsworth, Hecatoncheir, Kleptos, Libertas, Mimzee, Nogardnit, Pluto, Revolc, Rashon, Siyalatas, Sniperino en Vaagur. Op een gegeven moment had hij 21 beeldjes gemaakt, maar zelfs dat was nog niet genoeg…

Ondertussen begonnen de andere Outsiders zich langzaam af te vragen waarom ze Chor’gorloth al zo’n tijd niet meer gezien hadden. Ze hoorden wel steeds heel veel kabaal uit zijn kamer komen. Op een gegeven moment werd Sen-Akhan te nieuwsgierig en klopte ze op zijn deur. Precies op dat moment stormde Chor’gorloth zijn kamer uit, op weg naar buiten. Hij liet zijn deur openstaan, waardoor Sen-Akhan naar binnen kon kijken. Ze kon niet geloven wat ze zag.

“Al die beeldjes!” riep ze uit. “Maar die zouden we toch wegdoen? En waarom zijn het er zoveel?”

Ze riep de andere Outsiders naar de kamer van Chor’gorloth toe. Verbazing en bezorgdheid sloegen bij iedereen toe. Hoe had dit kunnen gebeuren?

Even later kwam Chor’gorloth terug de trap op naar zijn kamer. Als een betrapt kind keek hij naar de meute die zich bij zijn kamer had opgesteld. Die meute keek op zijn beurt terug naar Chor’gorloth, die in zijn tentakels de 7 beelden vasthield die de anderen een paar weken geleden zo netjes in het het hutje hadden opgeborgen.

“Chor’gorloth!” riep Phandoryss luid.

“Hoe heb je die beeldjes in Outsidersnaam uit de hut gekregen?” vroeg Sen-Akhan.

“Uhmm… Opengebroken?” wist Chor’gorloth uit te brengen.

Orphalas liep naar het raam achterin de kamer, dat uitkeek op de tuin. Vanuit het raam keek hij naar het hutje.

“Het klopt wat hij zegt… maar wat? Hoe? Die hut hadden we zo sterk gebouwd!”

“Ik had hulp van Argaiv.” Chor’gorloth zette zijn beeldjes neer, zodat hij kon wijzen naar het blauwe kristallen beeld in zijn kamer. Op dat moment voelden de andere Outsiders de kracht van hun oude beeldjes over hen terugkomen. Orphalas ging zitten, Borb dook weg, Sen-Akhan begon door de beeldjesberg te zoeken terwijl Rhageist ze aan Chor’gorloth probeerde terug te geven, Phandoryss viel K’Ariqua aan en K’Ariqua sloeg terug. Xyliqil, Ponyboy en Chor’gorloth keken toe.

Bros, kap hier eens mee!” riep Xyliqil, maar tevergeefs.

“Oh nee, komt dit ook door die beeldjes?” vroeg Chor’gorloth geschrokken. Omdat hij zich al die tijd op zijn kamer had opgesloten, had hij niet meegekregen wat de beeldjes met zijn vrienden hadden gedaan. En hij was al veel te doordrenkt met hebzucht geweest om te zien wat zijn eigen beeldjes met hem hadden gedaan.

“Ja, dit zijn zeker de beeldjes.” bevestigde Ponyboy.

“Ze zijn niet veilig in de hut. We moeten ze vernietigen!” concludeerde Xyliqil.

Dat kan niet. Ten minste, ik hoor de stem van mijn wijze beeldje Solomon weer. Die zegt dat dat de beeldjes te krachtig geworden zijn om te vernietigen.”

“Maar wat moeten we dan doen?” vreesde Xyliqil. Gelukkig had Ponyboy een plan.

Een nieuwe wereld

De wijze Outsider liep naar buiten, het goddelijke huis van de Outsiders uit. Voor hem was een gigantische tuin, en daarachter bevond zich een reusachtige zwarte leegte. Ponyboy sloot zijn ogen en begon zich te concentreren.

“Gamesa. Te. Mama. Sou.” sprak Ponyboy. Uit het niets begon zich een grote blauwgroene bol te vormen, midden in de zwarte leegte. Deze bol was een nieuwe wereld. De wereld die later de wereld van Clicker Heroes zou gaan worden.

Nadat hij in zijn eentje een nieuwe wereld geschapen had, gebruikte Ponyboy zijn goddelijke telekinetische krachten om de 28 beeldjes door het raam van Chor’gorloth naar de tuin te halen. Verdwaasd hing iedereen uit het raam, toekijkend, terwijl de wijze Outsider beeldje voor beeldje naar deze nieuwe planeet stuurde.

“Nee! Mijn beeldjes!” riep Chor’gorloth.

“Het moet gebeuren, voor iedereens eigen bestwil.” sprak Ponyboy. “Als de beeldjes hier niet veilig zijn, moeten we ze in een andere wereld dumpen.”

Eén voor één werden de beeldjes naar de wereld van Clicker Heroes gestuurd. Langzaam voelde iedereen zich weer de oude worden. Het besef drong door dat dit inderdaad het beste was voor iedereen. Ze keken toe hoe de tuin steeds leger werd, totdat er nog maar één beeldje over was. Dat was Solomon, het beeldje van Ponyboy.

“Oké, wellicht ziet dit er hypocriet uit,” riep hij naar het raam met zijn vrienden, “maar luister. Van een beetje extra wijsheid hebben we geen last, toch?” Hij hoorde instemmende geluiden. De andere Outsiders zagen in dat alleen de nare beeldjes gedumpt hoefden te worden, en dat het wijze beeldje van Ponyboy wel kon blijven. Toch was er nog één probleem.

“Hoe zorgen we dat iemand die beeldjes niet weer terughaalt naar onze wereld?” vroeg Borb, kijkend richting Chor’gorloth.

“Wat nou als we in die nieuwe wereld een paar mini-goden neerzetten?” stelde Rhageist voor. “Die kunnen dan alles doen met de beelden wat ze willen. Waarschijnlijk raken ze zo in de ban van de beelden dat ze ze nooit meer aan ons afstaan, zelfs al zouden we het willen.”

“Wat een geweldig idee!” vond Phandoryss. “Misschien raken ze zo bezeten dat ze elkaar de tent uit gaan vechten. Dat wil ik wel zien eigenlijk.”

“Hmmm… Dat klinkt wel een beetje zielig.” overwoog Ponyboy hardop. “Aan de andere kant, we zijn Outsiders. De machtigste goden die er bestaan. We kunnen alles maken. En dan zijn we in ieder geval zelf van het probleem af.” Hij richtte zijn blik weer op de blauwgroene planeet en visualiseerde drie mini-goden:

  1. Een god van het westen, die hij Amenhotep noemde.
  2. Een god van het oosten, die hij Ma Zhu noemde.
  3. Een god van de onderwereld, die hij Abaddon noemde.

“Zo, opgeruimd staat netjes.” zei Ponyboy terwijl hij in zijn handen veegde. En zo was het ook. Het leven van de Outsiders keerde weer terug normaal en bijna niemand keek nog om naar de blauwgroene planeet. Alleen Phandoryss, die toch wel nieuwsgierig was naar het bloedbad, vloog regelmatig naar de nieuwe wereld toe. Met een zak popcorn in zijn klauwen bekeek hij dan van een afstandje hoe Amenhotep, Ma Zhu en Abaddon het er daar vanaf brachten.